**1..** Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot:
het terugvorderen, zoals dit haar toekomt op grond van artikel 58 tweede lid en artikel 59 van de Participatiewet en artikel 25, tweede lid en artikel 26 van de IOAW en IOAZ;
het verrekenen van de bijstand zoals dit haar op grond van artikel 58, vierde lid van de Participatiewet, en ook artikel 25 vierde lid van de IOAW en IOAZ toekomt;
het verrekenen van de vordering met de Participatiewet, IOAW- of IOAZ-uitkering zoals dit haar op grond van artikel 60, derde lid Participatiewet, en ook artikel 28, derde lid IOAW of IOAZ toekomt;
het bruteren van de vordering die is ontstaan door schending van de inlichtingenplicht, indien er niet binnen het lopende kalenderjaar wordt terugbetaald. Tenzij de belanghebbende niet verweten kan worden dat hij de vordering niet al heeft voldaan in het kalenderjaar waarin deze is ontstaan.
het invorderen van de vordering via een dwangbevel, zoals dit haar op grond van artikel 60, tweede lid van de Participatiewet en ook artikel 28, eerste lid IOAW en IOAZ toekomt; en
het opschorten, herzien of intrekken van het besluit tot toekenning, ingevolge artikel 54, derde en vierde lid Participatiewet indien er geen sprake is van een schending van de inlichtingenplicht en artikel 17, derde en vierde lid van de IOAW en IOAZ, indien de uitkering ten onrechte, dan wel tot een te hoog bedrag is verleend;
**2..** De bevoegdheden genoemd in eerste lid, onderdelen a tot en met f gelden voor het college als algemene verplichtingen onder voorbehoud van de in deze beleidsregels beschreven uitzonderingen.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 2.
Algemene bepalingen
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering, invordering en boete voor de Participatiewet, IOAW en IOAZ Ermelo, Harderwijk en Zeewolde 2026