**1..** Het college verleent op verzoek kwijtschelding voor restantvorderingen indien belanghebbende vanaf de datum van het besluit tot terugvordering:
voor de duur van minimaal 36 maanden aaneengesloten, heeft afgelost volgens de betreffende aflossingscapaciteit, én gevraagd en ongevraagd relevante informatie heeft verstrekt;
het geen vordering als gevolg van schending van de inlichtingenplicht betreft zoals genoemd in art. 3 lid 2.
**2..** Bij vorderingen als gevolg van schending van de inlichtingenplicht verleent het college op verzoek kwijtschelding voor restantvorderingen indien belanghebbende vanaf de datum van het besluit tot terugvordering:
voor de duur van minimaal 120 maanden aaneengesloten naar draagkracht heeft afgelost én gevraagd en ongevraagd relevante informatie heeft verstrekt, in geval van grove schuld of opzet;
voor de duur van minimaal 60 maanden aaneengesloten naar draagkracht heeft afgelost én gevraagd en ongevraagd relevante informatie heeft verstrekt, in geval van normale of verminderde verwijtbaarheid;
**3..** Bij vorderingen als gevolg van schending van de inlichtingenplicht kan het college op verzoek van belanghebbende kwijtschelding verlenen voor restantvorderingen indien belanghebbende vanaf de datum van het besluit tot terugvordering:
gedurende 60 maanden (bij normale of verminderde verwijtbaarheid) of 120 maanden (bij grove schuld of opzet) niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald;
een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom, in één keer aflost.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 3.
Kwijtschelding van restantvorderingen
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering, invordering en boete voor de Participatiewet, IOAW en IOAZ Ermelo, Harderwijk en Zeewolde 2026