Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten:
Het voorzichtigheidsbeginsel wordt breed toegepast bij de uitvoering van treasury;
Bij de uitvoering van alle treasuryactiviteiten dienen de regels en bepalingen van dit treasurystatuut, de actuele Financiële Verordening, de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido), de Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden (RUDDO), het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en aanvullende wettelijke regelgeving in acht te worden genomen;
De gemeente mag leningen en/of garanties uit hoofde van de “publieke taak” uitsluitend verstrekken aan derde partijen als voldaan is aan de uitgangspunten van artikel 13 en 14, waarbij vooraf advies van de afdeling Financiën & Control (treasury) wordt ingewonnen;
De gemeente mag alleen middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien voldaan wordt aan artikel 10.