Naar hoofdinhoud
Het college kan medewerking verlenen tijdelijke omgevingsvergunning, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: de bijwoning met zelfstandige voorzieningen: wordt/is levensloopbestendig uitgevoerd; mag niet leiden tot een hogere parkeerdruk. Uitgangspunt is dat het parkeren volledig op eigen terrein wordt opgelost. De parkeernormen zoals opgenomen in de ‘Nota parkeernormen Gemert-Bakel 2017’ of diens opvolger, ten tijde van het besluit op de aanvraag, zijn bepalend voor de berekening; wordt ingepast binnen de bestaande, bouw- en afwijkingsmogelijkheden van het ter plekke geldende omgevingsplan, met een minimum van 30 m² en een maximum van 100 m². in afwijking van het bepaalde in artikel 6 onder a. sub 3. geldt dat, als in het landelijk gebied de bijwoning met zelfstandige voorzieningen niet past binnen het maximaal toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken, binnen de bouw- en afwijkingsmogelijkheden van het ter plekke geldende omgevingsplan, moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: in zijn geheel of in delen verplaatsbaar; niet kleiner zijn dan 30 m²; niet groter zijn dan 100 m²; uitsluitend levensloopbestendig uitgevoerd; voor de maatvoering en bouweisen van deze bijwoning gelden de regels met betrekking tot een vergunningsvrije mantelzorgwoning uit het omgevingsplan gemeente Gemert-Bakel; in afwijking van het bepaalde in artikel 6 onder a. sub 3. geldt dat, als in het stedelijk gebied de bijwoning met zelfstandige voorzieningen niet past binnen het maximaal toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken, binnen de bouw- en afwijkingsmogelijkheden van het ter plekke geldende omgevingsplan, moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden; in zijn geheel of in delen verplaatsbaar; niet kleiner zijn dan 30 m²; niet groter zijn dan 100 m²; uitsluitend levensloopbestendig uitgevoerd; de stedenbouwkundige structuur van de omgeving wordt in acht genomen; er moet sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan de locatie (ETFAL) ten tijde van de besluitvorming; het (deel van het) gebouw waarvoor de omgevingsvergunning is aangevraagd voldoet aan overige geldende wet- en regelgeving ten tijde van de besluitvorming; het verzoek mag geen betrekking hebben op een woningsplitsing of perceelsplitsing waarbij het eigendom privaatrechtelijk is of zal worden gesplitst; het hoofdgebouw waar de bijwoning met zelfstandige voorzieningen functioneel mee verbonden is moet een aanwezige en vergunde (bedrijfs)woning zijn; er geen sprake is van bijwoningen bij een woning op een bedrijventerrein, recreatiepark en/of woonwagenlocatie; op hetzelfde perceel mag geen sprake zijn van een reeds aanwezige of vergunde bijwoning met zelfstandige voorzieningen. Deze voorwaarde geldt niet als er sprake is van een vergunningsvrije mantelzorgsituatie.

Rechtspraak bij dit artikel