Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Vergunningsvoorschriften

Onderdeel van Beleidsregel mantelwonen gemeente Laarbeek 2026

Als voorschriften bij de omgevingsvergunning worden in ieder geval opgenomen: Gedurende de gehele looptijd van de omgevingsvergunning wordt voldaan aan de in artikel 4, onder a en b, van deze beleidsregel opgenomen voorwaarden; Zowel de bewoner(s) van de hoofdwoning als de mantelwoner(s) staan ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft; De mantelwoning wordt bewoond door een huishouden van maximaal 2 personen van wie ten minste één persoon in de eerste of tweede graad bloedverwant is aan ten minste één van de bewoners van de hoofdwoning; In afwijking van het bepaalde in het derde lid, is het toegestaan om de bewoning van de mantelwoning voort te zetten indien het in het derde lid bedoelde bloedverwantschap verloren gaat, door overlijden, relatiebreuk of andere daarmee gelijk te stellen omstandigheden die leiden tot een wijziging in de samenstelling van het huishouden van hoofdbewoners, respectievelijk de mantelwoners. Het gebruik van het bouwwerk als mantelwoning is toegestaan voor een periode van maximaal 15 jaar na het onherroepelijk worden van het besluit, met mogelijkheid tot verlenging; De verleende omgevingsvergunning geeft in geen geval recht op een permanente woonbestemming en/of woongebruik; De vergunninghouder is de hoofdbewoner van het perceel met daarop de hoofdwoning; De omgevingsvergunning is niet overdraagbaar; Van wijzigingen (zoals beëindiging) van de mantelwoning wordt zo spoedig mogelijk – doch uiterlijk binnen één maand na de wijziging - melding gedaan bij het bevoegd gezag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel