**1..** Het college kan de omgevingsvergunning intrekken indien:
De vergunninghouder een jaar na het onherroepelijk worden van het besluit geen gebruik heeft gemaakt van de vergunning;
Binnen 6 maanden na vergunningverlening de mantelwoning niet is voorzien van een zelfstandig huisnummer;
De reeds gerealiseerde mantelwoning langer dan een half jaar niet gebruikt is;
De mantelwoning wordt gebruikt in strijd met de in de omgevingsvergunning opgenomen voorschriften.
**2..** Alvorens tot intrekking van de omgevingsvergunning over te gaan op grond van het bepaalde in het eerste lid, en onder d, stelt het college de vergunninghouder in de gelegenheid om zijn handelen binnen een door het college gestelde redelijke termijn alsnog in overeenstemming te brengen met de omgevingsvergunning.