3.1 Het college nodigt een huishouden uit om over 2025 een aanvraag voor de vaste tegemoetkoming in te dienen als:
**a..** het huishouden voor het kalenderjaar 2025 nog geen vaste tegemoetkoming toegekend heeft gekregen;
**b..** voor het kalenderjaar 2025 het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner in het huishouden niet aan het college is verstrekt op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet;
**c..** op basis van de bij het college bekende gegevens het college vermoedt dat het huishouden aanspraak kan maken op de vaste tegemoetkoming en
**d..** de meestverdienende partner ingeschreven staat in de gemeente.
3.2 Het college nodigt het huishouden uit om over 2026 en/of 2027
een aanvraag voor de vaste tegemoetkoming in te dienen, als:
**a..** het huishouden voor 2026 en/of 2027 nog geen vaste tegemoetkoming toegekend heeft gekregen;
**b..** voor 2026 en 2027 het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner in het huishouden niet aan het college is verstrekt op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet;
**c..** op basis van de bij het college bekende gegevens het college vermoedt dat het huishouden aanspraak kan maken op de vaste tegemoetkoming en
**d..** de meestverdienende partner ingeschreven staat in de gemeente.