Ontwikkelingsscenario’s
Gemeentes hebben van oudsher een regisserende rol bij de ruimtelijke ordening van hun grondgebied. Maatschappelijke druk op gebiedsontwikkeling neemt toe onder andere door de landelijke woningbouwopgave, de ruimtevraag door bedrijven, de energietransitie en de groeiende behoefte aan huisvesting van maatschappelijke voorzieningen de noodzaak (maatschappelijk vastgoed). Hierdoor worden de keuzes die een gemeente moet maken steeds urgenter en complexer.
In Vlaardingen zijn de ruimtelijke kaders voor herontwikkeling van een gebied of locatie vastgelegd in de Omgevingsvisie en worden verder uitgewerkt bij het opstellen van de gebiedsgerichte/thematische omgevingsprogramma’s. Op basis van de keuze om een locatie te (her)ontwikkelen kan worden bepaald op welke wijze de gemeente invulling geeft aan haar regierol. Dit is bepalend voor de keuze welk grondbeleid voor de betreffende ontwikkeling wordt gehanteerd. Bepalend hierbij is de combinatie van de eigendomspositie van de grond bij aanvang van het planproces en door welke partij het initiatief wordt genomen tot ontwikkeling. Een analyse van deze uitgangssituatie leidt altijd tot 1 van de 4 ontwikkelingsscenario’s, zoals onderstaand schematisch weergegeven.
Initiatief tot (her)ontwikkeling locatie door
Gemeente
Marktpartij(en)
Eigendom grondpositie(s)
Gemeente
I
Ontwikkelen
III
Ongevraagd voorstel
Marktpartij(en)
II
Regisseren
IV
Faciliteren
Tabel 3: Schema ontwikkelscenario’s
Gegeven de uitgangssituatie ontstaat een helder afwegingskader voor de manier waarop de gemeentelijke rol in het planproces kan worden ingevuld en voor, de keuze welke vorm van grondbeleid voor de gekozen situatie van toepassing kan zijn. Deze opzet vormt de basis voor een verdere uitwerking van de vier scenario’s in de nota Grondbeleid.
Ontwikkelingsstrategie
Na vaststelling van de nota Grondbeleid wordt een uitvoeringsnota Ontwikkelingsstrategie (ruimtelijke projecten) opgesteld waarin per scenario het planproces in heldere processtappen, ambtelijke- en bestuurlijke besluitvormingsmomenten nader wordt uitgewerkt. Naast de besluitvorming over de inzet van grondbeleidsinstrumenten wordt ook beschreven hoe en wanneer in het planproces stedenbouwkundige-, ruimtelijk juridische-, contractuele- en financiële besluitvorming plaats vindt (door college en/of gemeenteraad). Basis hiervoor vormt de methodiek van het projectmatig werken die al wordt toegepast binnen de gemeente en verder wordt verfijnd met de opzet van de nota Ontwikkelingsstrategie (ruimtelijke projecten).
Scenario’s
I – Initiatief en eigendom gemeente → Ontwikkelen
In het geval er gemeentelijk vastgoed buiten gebruik wordt gesteld kan de locatie worden herontwikkeld. Vanzelfsprekend is hierbij sprake van actief grondbeleid aangezien de grond al in eigendom is van de gemeente. Voordat de locatie te verkoop aan de markt wordt aangeboden wordt binnen de kaders van de omgevingsvisie en/of omgevingsprogramma’s het bouwprogramma bepaald dat door de afnemer van de grond dient te worden gerealiseerd. Dit scenario wordt aangeduid als “Ontwikkelen”.
II – Initiatief gemeente en eigendom marktpartij(en) → Regisseren
Met dit scenario kan de gemeente ten volle de grondbeleidsinstrumenten benutten zoals die door de Omgevingswet worden aangereikt. Vanuit de ruimtelijke kaders van de Omgevingsvisie en/of de gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s wordt door de gemeente een plan opgesteld voor de betreffende locatie. Dit plan kan in overleg met de eigenaar van de locatie verder worden geoptimaliseerd. Als de eigenaar bereid is om dit programma voor eigen risico te realiseren kan worden overgegaan tot het opstellen en afsluiten van een anterieure overeenkomst. Mocht dit niet het geval zijn kan de gemeente overgaan tot minnelijke verwerving al dan niet voorafgegaan door het vestigen van een voorkeursrecht. De gemeente zal daarbij tevens zelf overgaan tot het opstellen van een omgevingsplanwijziging. Indien de grond van de betreffende locatie (nog) niet is aangekocht worden in de omgevingsplanwijziging kostenverhaalregels opgenomen. Hierdoor kan de ruimtelijke juridische besluitvorming doorgang kan vinden, zonder dat medewerking van de eigenaar vereist is. Vervolgens zou (alsnog) kunnen worden overgegaan tot het sluiten van een posterieure overeenkomst met de eigenaar van de grond. Indien de eigenaar niet bereid of in staat is de ontwikkeling zelf te realiseren, kan de gemeente eventueel overgaan tot onteigening van de grond.
In dit scenario ligt de nadruk op de regierol van de gemeente en wordt aangeduid als Regisseren. Zowel actief af faciliterend grondbeleid kan in dit scenario worden toegepast.
NB: Een beleidskeuze die gemaakt kan worden door de gemeente is om voorafgaand aan de start van het planproces de locatie (strategisch) zelf te verwerven. De aankoopprijs zal in dat geval gebaseerd worden op het bestaande gebruik en bestemming van de locatie. Deze kan mogelijk lager zijn dan bij aankoop nadat planvorming is afgerond. Daarentegen ligt het risico of de beoogde ontwikkeling mogelijk en haalbaar is volledig bij de gemeente.
III – Initiatief marktpartij(en) en eigendom gemeente → Ongevraagd voorstel
Het komt voor dat een marktpartij een plan ontwikkelt terwijl de grond op dat moment in eigendom is van de gemeente. Dit scenario wordt aangeduid met de Engelse term “Unsolicited proposal”, oftewel een ongevraagd voorstel. Omdat de grond in eigendom is van de gemeente wordt actief grondbeleid gevoerd. De verkoopprijs van de grond wordt gebaseerd op het nieuwe bouwprogramma. Dit scenario wordt aangeduid als Ongevraagd voorstel.
Om financiële risico’s te beperken, wordt voorafgaand aan de ambtelijke behandeling een intentieovereenkomst met de initiatiefnemer gesloten. Hierin wordt een niet-restitueerbare reseveringsvergoeding opgenomen ter dekking van de ambtelijke inzet en als vergoeding voor de exclusiviteit gedurende de haalbaarheidsfase. Bij succesvolle grondverkopen wordt deze vergoeding verrekend met de koopsom.
IV – Initiatief en eigendom marktpartij(en) → Faciliteren
Als een marktpartij een plan opstelt voor ontwikkeling van een locatie die bij deze partij in eigendom dan wel in erfpacht is, kan de gemeentelijke rol beperkt blijven tot ruimtelijk juridische besluitvorming. Voorafgaand aan dit besluit wordt een anterieure overeenkomst gesloten. Niet alleen de vorm van het grondbeleid is faciliterend, maar ook de procesrol van gemeente. Vandaar dat dit scenario wordt aangeduid als “Faciliteren”.
Het verschil met het scenario Regisseren is dat als er geen anterieure overeenkomst tot stand komt er geen gemeentelijk inzet wordt gepleegd om de ontwikkeling wel tot stand te laten komen. In het geval er voor de locatie wel een ontwikkeling wordt voorzien vanuit de Omgevingsvisie kan alsnog gekozen worden voor het scenario Regisseren voor de betreffende locatie.
NB: voor de scenario’s Regisseren en Ontwikkelen blijven de processtappen in principe gelijk wanneer betreffende marktpartij de grond in erfpacht heeft. Alleen de contractvorming verloopt anders. Bij de verkoop van bloot-eigendom of het heruitgeven in erfpacht is de vigerende nota Erfpacht van toepassing.
Tabel 4: Overzicht grondbeleid
Beleidsstandpunt 1:
De gemeente voert een proactieve regierol grondbeleid uit, dat vanuit een vastgestelde omgevingsvisie en/of omgevingsprogramma’s wordt bepaald.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.2
Te hanteren grondbeleid
Onderdeel van Nota Grondbeleid 2026-2030