In het kader van het grondbeleid bestaat het weerstandsvermogen naast reserves ook uit de ongerealiseerde winsten van positieve grondexploitaties. Bij het bepalen van de (tussentijdse) winstnemingen worden specifieke risico’s gesaldeerd met de eindwaarde van dezelfde grondexploitatie (paragraaf 5.2.5.1) behoeven voor deze risico’s geen reserves te worden aangehouden. Dat is wel het geval als de som van de project specifieke risico’s hoger is dan de geprognosticeerde winst, uiteraard alleen voor het hogere bedrag.
Voor de project specifieke risico’s van een negatieve grondexploitatie worden de resultaten meegenomen in de bepaling van de weerstandscapaciteit. Een uitzondering hierop betreffen de project specifieke risico’s van de grondexploitatie die onderdeel uitmaken van een gebiedsexploitatie. Tenzij de gebiedsreserve ontoereikend is om de betreffende risico’s ‘op te vangen, wordt het hogere bedrag wel meegenomen in de bepaling van de weerstandscapaciteit.
De generieke risico’s dienen volledig te kunnen worden ‘opgevangen’ door de algemene reserve. Dat geldt voor grondexploitaties met een negatief eindresultaat en de grondexploitaties die onderdeel uitmaken van een gebiedsexploitatie.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.4
Artikel 5.4.2
Weerstandsvermogen en -capaciteit
Onderdeel van Nota Grondbeleid 2026-2030