1.. In aanvulling op de weigeringsgronden genoemd in de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en in artikel 10 van de Algemene subsidieverordening 2026, weigert het college de subsidie wanneer:

  • - de uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, gestart zijn voor het indienen van de volledige subsidieaanvraag;
  • - kosten reeds worden of kunnen worden gesubsidieerd uit andere gemeentelijke, provinciale, landelijke of Europese subsidieregelingen, of door sportbonden of andere fondsen;
  • - de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit of zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;
  • - de aanvraag onvoldoende concreet is over de activiteiten;
  • - de uitvoering van de activiteiten niet realistisch is;
  • - uit de financiële beoordeling blijkt dat het aangevraagde subsidiebedrag hoger is dan noodzakelijk voor de uitvoering van de activiteiten;
  • - de aanvrager in voorgaande jaren niet heeft voldaan aan één of meerdere subsidieverplichtingen, waaronder in elk geval het juist en tijdig afronden van de gesubsidieerde activiteiten, het tijdig melden van relevante veranderingen in de realisatie en het juist en tijdig verantwoorden van de activiteiten.
  • - cofinanciering voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, niet wordt gerealiseerd.
  • - de kosten waarvoor subsidie wordt aangevraagd uitsluitend betrekking hebben op individueel voordeel;
  • - de kosten waarvoor subsidie wordt aangevraagd enkel betrekking hebben op sporttechnische, competitieve of trainings-/wedstrijdmaterialen en -voorzieningen, die primair dienen voor sportbeoefening of sporttechnische toepassing;
  • - het gaat om kosten voor tijdelijke inrichting of aankleding (huur of aanschaf), zoals stoelen, tafels, hekken, tenten, podia, verlichting en geluidsinstallaties, branding, banners en overige terrein- of zaalopbouw;
  • - het gaat om kosten voor audiovisuele apparatuur en decoratie zonder directe inhoudelijke functie.

2.. In afwijking van artikel 10, lid aanhef en onder sub a tot en met onder sub l kunnen beperkte kosten worden toegestaan voor voorzieningen die voor de uitvoering van maatschappelijke activiteiten noodzakelijk worden geacht, voor zover deze voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • - de kosten zijn aantoonbaar noodzakelijk voor de uitvoering van maatschappelijke, sociale of pedagogische activiteiten;
  • - de kosten zijn uitsluitend ondersteunend aan die activiteiten; en
  • - de kosten dienen niet primair een sporttechnisch, competitief of commercieel doel.