1.. Voor subsidie komen uitsluitend de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verband houden met de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 3, voor zover deze kosten niet worden gedekt door bijdragen van derden.

2.. De volgende kosten zijn niet subsidiabel:

  • - Kosten die niet direct verbonden zijn met de uitvoering van activiteiten bedoeld als in artikel 3.
  • - Kosten die als onredelijk of ondoelmatig kunnen worden aangemerkt.
  • - Kosten die redelijkerwijs onderdeel zijn van reguliere bedrijfsvoering, zoals onderhoud van accommodaties en materialen, verzekeringen, administratie, reis- en verblijfskosten en overhead.
  • - Investeringen in accommodatie, infrastructuur of inventaris die primair een sporttechnisch, competitief of commercieel doel dienen.
  • - Activiteiten of kosten die primair gericht zijn op wedstrijden, toernooien, demonstraties, optredens of voorstellingen.
  • - Luxe-uitvoeringen of aankopen die in redelijkheid niet noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de activiteit.
  • - Opleidingen die niet zijn erkend of aangeboden door een sportbond, een door de sector erkende opleidingsorganisatie of een maatschappelijke opleider met aantoonbare deskundigheid.
  • - Kosten voor vervolgopleidingen, verdiepende cursussen of opleidingen die verder gaan dan het eerste basisniveau.
  • - een feest, jubileum of activiteit van een vergelijkbare aard.