Een gift, als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel m Participatiewet, met een eenmalig karakter wordt niet tot de middelen gerekend (vrijgelaten) tot het bedrag genoemd in dat artikel per kalenderjaar.
Eenmalige giften tot een bedrag, als genoemd in het eerste lid, hoeven niet te worden gemeld.
De vrijlating, genoemd in het eerste lid, geldt per uitkering en niet per uitkeringsgerechtigde. Een echtpaar heeft gezamenlijk recht op een vrijlating tot het bedrag genoemd in artikel 31, tweede lid, onderdeel m Participatiewet per kalenderjaar, niet per persoon.
De waarde van een gift in natura wordt bepaald op basis van de waarde in het economisch verkeer. Voor het vaststellen van de economische waarde van giften in natura wordt gebruik gemaakt van de NIBUD-prijzengids.
De vrijlating wordt toegerekend aan het kalenderjaar (1 januari tot en met 31 december).
Wanneer een belanghebbende gedurende een jaar minder dan het maximale bedrag aan giften heeft ontvangen genoemd in artikel 31, tweede lid, onderdeel m Participatiewet, dan mag het restant niet meegenomen worden naar het volgende kalenderjaar.
Voor zover de gift hoger is dan het in het eerste lid genoemde bedrag, wordt het meerdere als inkomen of vermogen (afhankelijk van het doel van de gift) aangemerkt.
Voor alle giften die een belanghebbende ontvangt waarbij het vrij te laten bedrag als bepaald in het eerste lid, wordt overschreden, geldt de inlichtingenplicht zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid Participatiewet.
Artikel 2:
Eenmalige giften
Onderdeel van Beleidsregels Vrijlating giften gemeente Mook en Middelaar 2026