Naar hoofdinhoud

Artikel 3:

Periodieke giften

Onderdeel van Beleidsregels Vrijlating giften gemeente Mook en Middelaar 2026

Een gift, als bedoeld in artikel 31, tweede lid onderdeel m Participatiewet, met een periodiek karakter wordt niet tot de middelen gerekend (vrijgelaten) tot een bedrag genoemd in dat artikel per kalenderjaar. Onder periodiek wordt verstaan: meer dan eenmalig voorkomend in een kalenderjaar. Periodieke giften tot een bedrag, als genoemd in het eerste lid van dit artikel, hoeven niet te worden gemeld. De vrijlating, genoemd in het eerste lid van dit artikel, geldt per uitkering en niet per uitkeringsgerechtigde. Een echtpaar heeft gezamenlijk recht op een vrijlating tot het bedrag genoemd in artikel 31, tweede lid, onderdeel m Participatiewet per kalenderjaar, niet per persoon. De waarde van een gift in natura wordt bepaald op basis van de waarde in het economisch verkeer. Voor het vaststellen van de economische waarde van giften in natura wordt gebruik gemaakt van de NIBUD-prijzengids. De vrijlating wordt toegerekend aan het kalenderjaar (1 januari tot en met 31 december). Wanneer een belanghebbende gedurende een jaar minder dan het maximale bedrag aan giften heeft ontvangen genoemd in artikel 31, tweede lid, onderdeel m Participatiewet, dan mag het restant niet meegenomen worden naar het volgende kalenderjaar. Voor zover de giften hoger zijn dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt het meerdere als inkomen of vermogen (afhankelijk van het doel van de gift) aangemerkt. Voor alle giften die een belanghebbende ontvangt waarbij het vrij te laten bedrag als bepaalde in het eerste lid van dit artikel wordt overschreven, geldt de inlichtingenplicht zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid Participatiewet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel