Bij de ontvangst van een gift beoordeelt de gemeente of deze als middel, als kostenbesparing of in het geheel niet, in aanmerking wordt genomen.
Is er sprake van een gift in geld of in natura (die redelijkerwijs te gelde gemaakt kan worden), dan beoordeelt de gemeente de vrijlating aan de hand van het bepaalde in artikel 31, lid 2 van de wet.
Is er sprake van een gift in natura die niet redelijkerwijs te gelde gemaakt kan worden maar die wel leidt tot een kostenbesparing, dan stelt de gemeente de waarde vast naar de omvang van de besparing en beoordeelt de gemeente de vrijlating aan de hand van het bepaalde in artikel 18 van de wet.
Is er sprake van een gift in natura die niet als middel kan worden aangemerkt en niet leidt tot een kostenbesparing, dan houdt de gemeente in het geheel geen rekening met deze gift.
Artikel 2
Beoordeling giften
Onderdeel van Beleidsregels vrijlating giften Participatiewet Eemsdelta 2026