De hoogte van de vrijlating is geregeld in artikel 31, lid 2, onderdeel m van de wet.
Deze vrijlating geldt ook voor bijdragen die leiden tot een kostenbesparing, voor zover de som van deze bijdragen en giften dit bedrag niet overstijgen.
De vrijlating wordt jaarlijks geïndexeerd en geldt per uitkering en niet per persoon.
De vrijlating geldt per kalenderjaar en niet naar rato.
Indien de belanghebbende in het vorige kalenderjaar minder giften en besparingsbijdragen heeft ontvangen dan het maximale bedrag dat wordt vrijgelaten, kan het restant aan vrijlating niet worden meegenomen naar het volgende kalenderjaar.
Als sprake is van overschrijding van de maximale vrijlating dan beoordeelt de gemeente of het meerdere als middel in aanmerking wordt genomen. Op grond van artikel 31, lid 2, onder s, van de wet zal de gemeente het meerdere ook vrijlaten voor zover deze giften en vergoedingen naar het oordeel van de gemeente in het individuele geval en uit een oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn.