1. Onverminderd het bepaalde in artikel 9 van de Algemene subsidieverordening weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval als:
a. de gelden niet of in onvoldoende mate besteed worden voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld;
b. de aanvrager failliet is of in surseance van betaling verkeert, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend;
c. in het beoogde doel of de voorgenomen activiteit al op andere wijze in belangrijke mate is voorzien;
d. een doublure ontstaat met activiteiten van een door de gemeente gesubsidieerde vrijwilligersorganisaties;
e. de subsidieverstrekking niet past binnen door de gemeenteraad of het college vastgesteld beleid;
f. de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;
g. de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden, hetzij eigen middelen, hetzij middelen van derden, kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken;
h. de activiteiten een godsdienstige, levensbeschouwelijke of politieke boodschap hebben.
2. Overeenkomstig artikel 9, derde lid, aanhef en onder f, van de verordening kunnen burgemeester en wethouders de subsidie weigeren als:
a. met de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd is begonnen voordat de aanvraag is ontvangen;
b. aannemelijk is dat de activiteiten ook zonder subsidie zonder belangrijke vertraging zouden worden uitgevoerd.