Om de bevoegdheid van artikel 13b van de Opiumwet adequaat, proportioneel en subsidiair toe te passen, is het met het oog op de kenbaarheid en de consistentie van bestuurlijk handelen en daarmee voor de rechtszekerheid en de rechtsgelijkheid van belang dat de handhavingsstappen die genomen worden, zijn vastgelegd in beleid.
De zwaarte van de maatregel sluit aan op de ernst van de overtreding. Dat betekent bijvoorbeeld dat de sluitingstijd langer is bij herhaling van een overtreding, omdat de bekendheid van het pand groter zal zijn en de maatregel kennelijk niet voldoende is geweest om herhaling van de overtreding te voorkomen.
Wanneer in onderstaande handhavingstabellen wordt gesproken over een last onder dwangsom, zal de hoogte van de op te leggen dwangsom afhangen van de hoeveelheid aangetroffen drugs of drugsgerelateerde goederen. Het opleggen van de last onder dwangsom heeft als doel de overtreder te bewegen tot naleving van de geldende regels. Bij het vaststellen van de hoogte van de dwangsom houdt de burgemeester er rekening mee dat deze zodanig wordt vastgesteld dat deze een voldoende prikkel vormt om verbeuring van de dwangsom te voorkomen.
In het geval er drugs in een woning of op een daarbij behorend erf worden aangetroffen, wordt in beginsel opgetreden conform onderstaande handhavingstabel.
Softdrugs
Harddrugs
1e constatering (geen ernstig geval)
Waarschuwing/last onder dwangsom
Waarschuwing/last onder dwangsom
1e constatering (ernstig geval)
Sluiting 3 maanden
Sluiting 6 maanden
2e constatering
Sluiting 6 maanden
Sluiting 12 maanden
3e constatering en volgende
Sluiting 12 maanden
Sluiting 18 maanden
7.2 Aantreffen drugs in een lokaal
In het geval er drugs in een lokaal of op een daarbij behorend erf worden aangetroffen, wordt in beginsel opgetreden conform onderstaande handhavingstabel.
Softdrugs
Harddrugs
1e constatering
Sluiting 3 maanden
Sluiting 6 maanden
2e constatering
Sluiting 6 maanden
Sluiting 12 maanden
3e constatering en volgende
Sluiting 12 maanden
Sluiting 18 maanden
7.3 Voorbereidingshandelingen in woning
In het geval er sprake is van voorbereidingshandelingen in een woning of op een daarbij behorend erf, wordt in beginsel opgetreden conform onderstaande handhavingstabel.
Softdrugs
Harddrugs
1e constatering (niet complete opstelling en/of geen ernstig geval)
Waarschuwing/last onder bestuursdwang/last onder dwangsom
Waarschuwing/last onder bestuursdwang/last onder dwangsom
1e constatering (complete opstelling en/of ernstig geval)
Sluiting 3 maanden
Sluiting 6 maanden
2e constatering
Sluiting 6 maanden
Sluiting 12 maanden
3e constatering en volgende
Sluiting 12 maanden
Sluiting 18 maanden
Er is sprake van een niet complete opstelling als slechts een deel van de voorwerpen en/of stoffen voorhanden is die nodig zijn om een beroeps- of bedrijfsmatige of grootschalige hennepplantage op te zetten, dan wel een productiepunt voor harddrugs. Er is sprake van een complete opstelling als sprake is van een samenstelling en/of opstelling van voorwerpen en/of stoffen waardoor de beroeps- of bedrijfsmatige of grootschalige hennepkwekerij of een productiepunt voor harddrugs in principe direct kan plaatsvinden, maar waarbij de drugs nog niet daadwerkelijk zijn geproduceerd. Ook is sprake van een complete opstelling als met weinig handelingen de beroeps- of bedrijfsmatige of grootschalige hennepkwekerij of het productiepunt voor harddrugs in werking te brengen is, bijvoorbeeld omdat vrijwel alle benodigdheden daarvoor voorhanden zijn (toelichting: wordt een niet complete opstelling aangetroffen, dan is minder aannemelijk dat het pand een actuele schakel vormt in de productie of distributie van drugs. De opstelling is daarvoor (nog) niet geschikt en er zal nog het nodige moeten gebeuren om het productieproces operationeel te hebben. Het afgeven van een signaal door middel van een sluiting ligt hierbij minder voor de hand. Dat neemt niet weg dat er goederen en stoffen aanwezig zijn die in principe geschikt zijn voor de productie van drugs. Van de betrokkene kan onder bestuursdwang of dwangsom worden gelast dat hij deze voorwerpen en stoffen afvoert naar een erkende afvalverwerker, zodat de goederen niet alsnog in het drugscircuit kunnen worden benut. Van een complete opstelling is wel aannemelijk dat deze een schakel vormt in de productie of distributie van drugs. Een sluiting is hierbij, tenzij geen sprake zou zijn van een ernstig geval, passend).
In het geval er sprake is van voorbereidingshandelingen in een lokaal of op een daarbij behorend erf, wordt in beginsel opgetreden conform onderstaande handhavingstabel.
Softdrugs
Harddrugs
1e constatering (niet complete opstelling)
Waarschuwing/last onder bestuursdwang/last onder dwangsom
Waarschuwing/last onder bestuursdwang/last onder dwangsom
1e constatering (complete opstelling)
Sluiting 3 maanden
Sluiting 6 maanden
2e constatering
Sluiting 6 maanden
Sluiting 12 maanden
3e constatering en volgende
Sluiting 12 maanden
Sluiting 18 maanden
Wanneer er volgens bovenstaande handhavingstabellen sprake is van een niet ernstig geval of van een niet complete opstelling, geldt een recidivetermijn van twee jaren. In alle overige gevallen geldt een recidivetermijn van drie jaren. Indien een volgende overtreding binnen een termijn van twee dan wel drie jaren na een voorgaande constatering plaatsvindt, geldt het regime voor de volgende overtreding.
Van een ernstig geval is in ieder geval sprake als één of meer van de hieronder staande indicatoren van toepassing is/zijn. Onderstaande indicatoren zijn tevens relevant bij de belangenafweging. De indicatorenlijst is niet limitatief. Ook op basis van een enkele hieronder genoemde omstandigheden kan reeds sprake zijn van een ernstig geval waarbij een sluiting van een woning bij een eerste overtreding gerechtvaardigd kan zijn.
De hoeveelheid aangetroffen middelen als bedoeld in lijst I en/of lijst II van de Opiumwet. Bij harddrugs geldt dat sprake is van een ernstig geval als ten minste 5 gram of 5 milliliter (of voor zover dit de 5 gram of 5 milliliter niet overschrijdt, 10 pillen, 10 ampullen, 10 bolletjes of 10 wikkels) wordt aangetroffen. Bij softdrugs wordt een ernstig geval aangenomen bij minimaal 50 gram, minimaal 50 cannabis/hennepplanten of meer dan 10 ampullen/ballonnen lachgas;
een combinatie van soft- en harddrugs;
de mate waarin de woning betrokken is bij, dan wel bekend staat als pand waar drugshandel plaatsvindt of drugs aanwezig is. Dit kan o.a. blijken uit politiewaarnemingen, meldingen en verklaringen van omwonenden of betrokkenen, (waarnemingen van) aanloop van personen die met drugshandel en/of drugsgebruik in verband kunnen worden gebracht. Ook kan dit blijken uit het aantreffen van attributen die te relateren zijn aan drugshandel, zoals: verpakkingsmaterialen, een weegschaal, wapens, versnijdingsmiddelen en/of grote sommen contant geld;
de aanwezigheid van één of meer (vuur)wapen(s), munitie en overige attributen zoals kogelwerende vesten, bivakmutsen etc.;
er is sprake van (andere) strafbare feiten, zoals geweldsdelicten, wapenbezit in de zin van de Wet wapens en munitie, diefstal van stroom, etc., of er is sprake van openbare ordeverstoringen gerelateerd aan de woning. Bij gerelateerde feiten kan gedacht worden aan het in de woning aantreffen van personen met antecedenten op het gebied van geweld, drugs of wapenbezit, of van personen die dergelijke feiten eerder hebben begaan. Dit gegeven draagt bij aan de gevaren waar de buurt aan is blootgesteld;
er is sprake van recidive: er zijn sterke aanwijzingen dat de betrokkene eerder betrokkenheid heeft gehad bij drugshandel;
er is sprake van verwijtbaar gedrag van de betrokkene. Dit geldt als aannemelijk is dat de betrokkene zelf betrokken is bij de aangetroffen drugshandel/productie van drugs of dat hij/zij op de hoogte is dan wel redelijkerwijs op de hoogte kon zijn van de aanwezigheid van de aangetroffen drugshandel/productie van drugs in de woning. Hierbij kan meewegen of sprake is van antecedenten, betrokkene relaties heeft met personen die bij de politie bekend staan als drugsdelinquenten, al dan niet in georganiseerd verband, of die bekend staan in verband met georganiseerde criminaliteit, of als de betrokkene zelf als zodanig bij de politie bekend staat. Ook speelt in dit verband mee, de mate waarin degene die een woning verhuurt of anderszins aan anderen in gebruik geeft zich in voldoende mate en tot op zekere hoogte heeft geïnformeerd over het gebruik dat van het pand wordt gemaakt. Woningeigenaren en hoofdhuurders moeten concreet toezicht houden op het gebruik van hun pand. Het is niet genoeg als zij het pand alleen maar bezoeken. Zij moeten ook controles uitvoeren die zijn gericht op het gebruik van het pand;
de mate van gevaarzetting of risico voor het woon- en leefklimaat in de omgeving en/of voor omwonende(n). Hierbij kan worden gedacht aan een buurt waarin de woning zich bevindt en de mate waarin deze kwetsbaar is voor (de gevaren die verbonden zijn aan) drugscriminaliteit, gelet op dat al langer druk op de omgeving bestaat in verband met drugsoverlast, of vanwege de vermoedelijke betrokkenheid van (georganiseerde) drugscriminaliteit en daarmee verband houdende gevaren, zoals geweldpleging, de aanwezigheid of inzet van vuurwapens/explosieven, etc.;
de aannemelijkheid dat naast de woning of het bijbehorende erf, nog een of meer andere locaties betrokken zijn bij de geconstateerde drugshandel (dit vormt een sterke indicator dat sprake is van betrokkenheid van een drugscircuit);
bij hennepteelt of de productie van harddrugs, de inrichting, het bedrijfsmatig karakter evenals de professionaliteit van de hennepplantage/-kwekerij of productiepunt. Bijvoorbeeld illegale stroom-aftap, diefstal van water, aanwezige hennep-/drugsresten van een productie, aanwezigheid van precursoren, preprecursoren, IBC’s en randapparatuur voor het in stand houden en onderhouden van de hennepplantage-/kwekerij of productiepunt;
feiten en omstandigheden die duiden op georganiseerde criminaliteit;
betrokkenheid van minderjarigen.
Indien er sprake is van voorbereidingshandelingen, gelden ook de volgende indicatoren.
de aard van de stoffen of goederen. Hierbij kan gedacht worden aan het voorhanden hebben van een chemische stof, apparatuur of aanverwante artikelen die niet of nauwelijks anders kunnen worden toegepast dan bij de productie, handel of transport van drugs;
de professionaliteit van de aangetroffen goederen en stoffen. Hierbij kan bij softdrugs aangesloten worden bij paragraaf 3.2.1 en bijlage 1 van de Aanwijzing Opiumwet. Bij harddrugs is dit een kwestie van een bestuurlijke beoordeling die kan worden gebaseerd op de feitelijke omstandigheden zoals door de politie vastgesteld. Gedacht kan worden aan voor de productie van harddrugs geprepareerde ketels. De mate van professionaliteit van de goederen en stoffen duidt op de betrokkenheid van een drugscircuit waarin die goederen en stoffen voorhanden zijn en beschikbaar worden gesteld;
de combinatie van aangetroffen stoffen;
de hoeveelheid aangetroffen stoffen of goederen. Hier kunnen de Aanwijzing Opiumwet en het Opiumwetbesluit worden meegewogen;
de mate van bekendheid van de woning en het daarbij behorende erf waar dergelijke producten geproduceerd, verkocht, verhandeld of gebruikt kunnen worden;
de mate van risico of gevaar voor het woon- of leefklimaat in de omgeving en/of voor omwonenden. Hierbij kan gedacht worden aan een buurt die door drugscriminaliteit reeds zwaar onder druk staat of het gevaar dat een hennepkwekerij of drugslaboratorium met zich meebrengt, zoals fluctuaties op het stroomnet en (daardoor) brandgevaar, of door de ontwikkeling van giftige dampen.
Indien zich een spoedeisend geval voordoet, kan de burgemeester besluiten een spoedsluiting op te leggen voor een periode van ten hoogste twee weken. Het bevel van de burgemeester kan mondeling worden bekendgemaakt en wordt daarna zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigd. Al naar gelang de omstandigheden van het geval kan er gekozen worden voor toepassing van spoedeisende bestuursdwang. In de artikelen 5:31 en 4:11, aanhef en onder a van de Algemene wet bestuursrecht, zijn de procedureregels opgenomen die gevolgd moeten worden als tot toepassing van spoedeisende bestuursdwang wordt overgegaan. De spoedsluiting wordt in mindering gebracht op een eventuele tijdelijke sluiting van een woning of lokaal.
Onder een spoedeisend geval wordt in ieder geval verstaan één of meer van de volgende situaties (niet limitatief):
directe gevaarzetting voor mens of milieu (brandgevaar, elektrocutiegevaar, risico op lekkende vaten chemisch afval, explosiegevaar, gezondheidsrisico’s voor mens en dier);
aan het gebruik van het pand te relateren ernstige geweldsincidenten (waaronder geweld tegen een ambtenaar in functie) of ernstige incidenten waarbij de openbare orde, veiligheid of gezondheid in het geding is;
aanwijzingen dat de overtreding zich direct na constatering ter plaatste zal voortzetten.
Er kan alleen tot opheffing van een sluiting worden besloten indien sprake is van een schriftelijk verzoek van een belanghebbende waarin gemotiveerd wordt aangegeven dat het op basis van veranderde feiten en omstandigheden aannemelijk is dat er niet opnieuw overtredingen van de Opiumwet zullen worden gepleegd in of vanuit de desbetreffende woning of het lokaal. Bij zijn beslissing op een dergelijk verzoek neemt de burgemeester onder meer in overweging of de te realiseren doelen van de sluiting zijn behaald. Deze afweging kan mede worden gemaakt op basis van een door de politie te overleggen bestuurlijke rapportage met een advies over een eventuele opheffing.
Van belang is de bereidheid en bekwaamheid van de betrokkene om aantoonbaar en daadwerkelijk maatregelen te nemen om herhaling van de geconstateerde overtreding(en) te voorkomen. Aan het opheffen van een sluiting wordt geen medewerking verleend eerder dan na de helft van de sluitingsduur. Het besluit op een verzoek tot opheffing van de sluiting wordt op schrift gesteld en is vatbaar voor bezwaar en beroep.
Artikel 7