Na ontvangst van de ondersteuningsvraag wordt zo snel als mogelijk een afspraak gemaakt voor één of meerdere gesprek(ken) met een medewerker van de gemeente.
De medewerker onderzoekt de ondersteuningsvraag
Inlichtingen en medewerkingsplicht
Het is nodig dat de inwoner uit zich zelf, alle feiten en omstandigheden weergeeft waarvan het duidelijk is dat deze belangrijk zijn voor de boordeling. Dit is van belang om de vraagverheldering helder te krijgen zodat duidelijk is welk resultaat de inwoner voor ogen heeft. Nadat alle informatie bekend is kan het college bepalen wat er mogelijk nodig is om het resultaat te behalen. Alleen in het uiterste geval kan dit een voorziening zijn.
Inwoner is zelf verantwoordelijk om alle inspanningen, die kunnen leiden tot een oplossing van de ondersteuningsvraag te weergeven.
Als de inwoner de informatie die belangrijk is niet geeft, kan dat gevolgen hebben, omdat het college de noodzaak tot ondersteuning niet vast kan stellen. In dat geval kan het zijn dat het college geen ondersteuning of voorziening kan toekennen.
Het college kan niet alleen bij een onderzoek maar ook op andere momenten, informatie en bewijsstukken van de inwoner, of huisgenoten, vragen. Bijvoorbeeld bij evaluaties of bij controles.
Het is nodig dat de inwoner meewerkt aan wat het college belangrijk vindt voor de uitvoering van de Wmo en de verordening. Dit gaat over het meewerken aan het onderzoek. Dit geldt ook voor huisgenoten als het gaat om de beoordeling van gebruikelijke hulp.
Het niet of onvoldoende meewerken aan het onderzoek kan ertoe leiden dat het college:
de aanvraag buiten behandeling laat of niet tot een toekenning komt;
het college besluit tot beëindiging van de maatwerkvoorziening;
eventuele financiële voorzieningen terugvordert.
Stappen onderzoek
Het college doorloopt in ieder geval de stappen volgens de Centrale Raad van Beroep (zie bijlage 1) bij het uitvoeren van het onderzoek als de inwoner een ondersteuningsvraag heeft gedaan. Als bepaalde onderdelen van de stappen die normaal onderzocht worden al bekend zijn, kan het college na afstemming en met instemming van de inwoner afzien (van onderdelen) van de stappen. Als blijkt dat de inwoner de ondersteuningsvraag zelf op kan lossen, kent het college geen voorziening toe. Dit vermeldt het college in de besluitvorming.
Ondersteuningsvraag:
Als een inwoner contact opneemt met de gemeente met een ondersteuningsvraag bekijkt het loket of de Wmo van toepassing is. Als een verzoek om ondersteuning op een andere wijze opgelost zou kunnen worden, dan wordt dat aangegeven. Zo wordt voorkomen dat onnodig Wmo onderzoeken uitgevoerd hoeven te worden.
Bij het onderzoeken van de behoefte en mogelijke omvang van huishoudelijke ondersteuning is het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning richtinggevend. De norm is eenmaal in de twee weken voor de maximale tijd van 150 minuten per 2 weken. Deze inzet vindt uitsluitend plaats in kamers die daadwerkelijk dagelijks intensief in gebruik zijn. Ruimtes die leegstaan of niet intensief worden gebruikt, vallen nadrukkelijk niet onder de verantwoordelijkheid van de Wmo.