In deze verordening wordt verstaan onder:

a. recreatieterrein: een terrein met inbegrip van de roerende en onroerende opstallen dat is bestemd voor verblijfsrecreatie, daarvan uitgezonderd een minicamping;

b. minicamping: een terrein met maximaal 25 staanplaatsen, dat is bestemd voor verblijfsrecreatie gedurende korte tijd in mobiele kampeeronderkomens, niet zijnde stacaravans;

c. gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente;

d. verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft;

e. water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of grondwater.