Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.4

Artikel 49.

Woonkostentoeslag voor huurders

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, Ioaw, Ioaz en Bbz Ooststellingwerf 2026

1.. Er bestaat recht op bijzondere bijstand (woonkostentoeslag) voor de kosten van het huren van woonruimte als belanghebbende vanwege bijzondere omstandigheden niet of voor een lagere tegemoetkoming op grond van de Wet op de huurtoeslag in aanmerking komt. 2.. Er is geen recht op woonkostentoeslag als: Belanghebbende in afwachting is van de afhandeling van een aanvraag om huurtoeslag. Dit tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden; De woonkostentoeslag minder bedraagt dan het bedrag genoemd in artikel 14 lid 5 AWIR. 3.. Bij het vaststellen van het inkomen zoals bedoeld in artikel 31 geldt dat: Er met het inkomen van inwonende kinderen tot 23 jaar rekening wordt gehouden voor zover dat meer bedraagt dan het bedrag genoemd in artikel 7 lid 5 AWIR. Hierbij wordt inkomen uit studiefinanciering niet tot het inkomen gerekend. Er rekening wordt gehouden met het inkomen van andere medebewoners die niet tot het gezin van belanghebbende behoren. 4.. In afwijking van het derde lid onderdeel b wordt het inkomen van medebewoners niet meegenomen bij het vaststellen van de draagkracht als deze medebewoners met belanghebbende een gezamenlijk huurcontract hebben. In dat geval worden de woonkosten voor belanghebbende naar evenredigheid vastgesteld. 5.. De hoogte van de woonkostentoeslag wordt berekend op basis van de rekensystematiek van de Wet op de huurtoeslag. 6.. Bij het verlenen van woonkostentoeslag kan aan de belanghebbende de verplichting opgelegd worden alles in het werk te stellen om goedkopere woonruimte te verkrijgen. Deze verhuisverplichting wordt voor maximaal 12 maanden opgelegd. 7.. De periode en verhuisplicht in het zesde lid kan worden verlengd wanneer het belanghebbende niet te verwijten valt dat er in die periode geen geschikte woning is gevonden waardoor geen of minder woonkostentoeslag verstrekt hoeft te worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel