Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.4

Artikel 50.

Woonkostentoeslag voor eigenaren

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, Ioaw, Ioaz en Bbz Ooststellingwerf 2026

1.. Er bestaat recht op bijzondere bijstand (woonkostentoeslag) voor de kosten van het bewonen van een eigen woning. 2.. Er is geen recht op woonkostentoeslag als de woonkostentoeslag minder bedraagt dan het bedrag genoemd in artikel 14 lid 5 AWIR. 3.. Bij het vaststellen van het inkomen volgens artikel 31, geldt dat Ook met het inkomen van inwonende kinderen tot 23 jaar rekening wordt gehouden, voor zover dat meer bedraagt dan het bedrag genoemd in artikel 7 lid 5 AWIR, waarbij inkomen uit studiefinanciering niet tot het inkomen wordt gerekend. Ook rekening wordt gehouden met het inkomen van eventuele medebewoners die niet tot het gezin van belanghebbende behoren. 4.. In afwijking van het derde lid onder b wordt het inkomen van medebewoners niet meegenomen bij het vaststellen van de draagkracht als deze medebewoners met belanghebbende een gezamenlijke koopovereenkomst hebben. In dat geval worden de woonkosten voor belanghebbende naar evenredigheid vastgesteld. 5.. Er kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor de kosten van hypotheekrente minus de hypoheekrenteaftrek, het eigenaarsdeel onroerendezaakbelasting, de premie opstalverzekering, rioolrechten en erfpachtcanons. 6.. De hoogte van de woonkostentoeslag wordt berekend op basis van de rekensystematiek van de Wet op de huurtoeslag. 7.. De woonkostentoeslag wordt voorlopig toegekend als de hoogte van de teruggaaf inkomstenbelasting en de hoogte van de hypotheekrente nog niet definitief vaststaan. 8.. Belanghebbende moet de definitieve aanslag van de Belastingdienst en de jaaropgaaf van de hypotheekverstrekker inleveren zodra hij deze heeft ontvangen. 9.. Na ontvangst van de bewijsstukken genoemd in lid 8 wordt de woonkostentoeslag definitief vastgesteld. Te veel verstrekte bijstand wordt teruggevorderd. Bij een hogere definitieve vaststelling vindt een nabetaling plaats. 10.. Bij het verlenen van woonkostentoeslag kan aan de belanghebbende de verplichting opgelegd worden alles in het werk te stellen om goedkopere woonruimte te verkrijgen. Deze verhuisverplichting wordt voor maximaal 12 maanden opgelegd. 11.. De periode en verhuisplicht in het tiende lid kan worden verlengd wanneer het belanghebbende niet te verwijten valt dat er in die periode geen geschikte woning is gevonden waardoor geen of minder woonkostentoeslag verstrekt hoeft te worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel