**1..** Een gebiedsontzegging kan worden opgelegd aan een betrokkene die strafbare feiten en/of openbare orde verstorende handelingen verricht, zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze beleidsregel.
**2..** Een gebiedsontzegging geldt in beginsel voor het gebied waarbinnen het strafbare feit en/of de openbare orde verstorende handeling heeft plaatsgevonden. Dit gebied wordt in de gebiedsontzegging nader beschreven en/of er wordt een kaart van het gebied waarvoor de ontzegging geldt bij de gebiedsontzegging gevoegd.
**3..** Een gebiedsontzegging kan voor één of meer gebieden gelden.
**4..** In de gebiedsontzegging wordt aangegeven op welk feit of welke feiten de gebiedsontzegging is gebaseerd alsmede de datum en het tijdstip waarop het feit/de feiten hebben plaatsgevonden.
**5..** In de gebiedsontzegging wordt de periode waarvoor de gebiedsontzegging geldt, vermeld.
**6..** De gebiedsontzegging wordt schriftelijk vastgesteld en aan betrokkene uitgereikt. Indien de spoedeisendheid van de situatie daaraan in de weg staat, kan de gebiedsontzegging mondeling worden aangezegd, waarna deze onverwijld alsnog op schrift wordt gesteld en aan betrokkene wordt uitgereikt.
**7..** In geval van een minderjarige zal een afschrift van de gebiedsontzegging tevens aan de ouder(s)/verzorger(s) bekend worden gemaakt.
**8..** De burgemeester kan de gebiedsontzegging intrekken wanneer gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven en voortzetting van de gebiedsontzegging niet langer noodzakelijk of evenredig wordt geacht.