**1..** Aan een belanghebbende van 18 tot en met 20 jaar die in een inrichting verblijft, kan bijzondere bijstand worden verleend voor noodzakelijke kosten van het bestaan, tot maximaal het normbedrag als bedoeld in artikel 23 van de wet, voor zover:
**a..** de middelen van de ouders daartoe niet toereikend zijn, of
**b..** de jongere redelijkerwijs zijn onderhoudsrecht tegenover zijn ouder niet te gelde kan maken.
**2..** Van het redelijkerwijs niet te gelde kunnen maken van het onderhoudsrecht als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, is in ieder geval sprake indien:
**a..** de ouder of ouders zijn overleden of in het buitenland verblijven;
**b..** de jongere in het kader van de Jeugdwet buiten het gezin is geplaatst; of
**c..** sprake is van een acute crisissituatie, waarin door de jongere zelf geen verandering kan worden gebracht, blijkend uit een indicatie van een hulpverlenende instantie.
Hoofdstuk 3
Artikel 10
Jongeren van 18 tot 21 jaar in een inrichting
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Voorst 2026