Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 9

Draagkracht vaststellen en draagkrachtperiode

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Voorst 2026

1.. Van draagkracht is geen sprake indien: a.. de belanghebbende op jaarbasis een netto inkomen heeft tot 125% van de voor hem geldende bijstandsnorm (exclusief vakantiegeld), eventueel vermeerderd met het verschil tussen de toepasselijke maximale huurtoeslag bij een bijstandsinkomen en de daadwerkelijk ontvangen huurtoeslag, en b.. geen sprake is van vermogen boven 60% van de voor de belanghebbende geldende vermogensgrens als bedoeld in artikel 34, derde lid, van de Participatiewet; of c.. op de belanghebbende de Wet schuldsanering natuurlijke personen van toepassing is. 2.. Indien het inkomen hoger is dan 125% van de toepasselijke bijstandsnorm, wordt de draagkracht vastgesteld op: a.. 10% van het inkomen tussen 125% en 150% van de toepasselijke bijstandsnorm; b.. 50% van het inkomen tussen 150% en 200% van de toepasselijke bijstandsnorm; c.. 100% van het inkomen boven 200% van de toepasselijke bijstandsnorm. 3.. In afwijking van het tweede lid wordt bij bijzondere bijstand voor woonkosten, kosten van woninginrichting en kosten van duurzame gebruiksartikelen het inkomen boven de toepasselijke bijstandsnorm volledig als draagkracht aangemerkt. 4.. Voor zover sprake is van vermogen dat redelijkerwijs beschikbaar is en boven de toepasselijke vermogensgrens uitkomt, wordt dit vermogen als draagkracht aangemerkt. 5.. De draagkracht wordt vastgesteld voor een periode van één jaar, aanvangend op de eerste dag van de maand waarin de bijzondere bijstand wordt aangevraagd. 6.. Bij eenmalige bijzondere bijstand wordt uitgegaan van de vastgestelde jaardraagkracht. 7.. Bij periodieke bijzondere bijstand wordt de draagkracht per maand verrekend. 8.. Bij samenloop van periodieke en incidentele bijzondere bijstand wordt de draagkracht met voorrang toegepast op de periodieke bijzondere bijstand. 9.. Indien zich gedurende de draagkrachtperiode omstandigheden voordoen die van zodanig gewicht zijn dat deze niet konden worden voorzien, kan het college de draagkracht voor het resterende deel van de draagkrachtperiode herzien. 10.. Bij iedere volgende aanvraag om bijzondere bijstand binnen de draagkrachtperiode wordt rekening gehouden met de vastgestelde draagkracht. 11.. Bij de vaststelling van het inkomen voor de draagkracht wordt een verschuldigde eigen bijdrage op grond van de Wet langdurige zorg in mindering gebracht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel