Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 39

Inrichtingskosten

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Voorst 2026

1.. Bijzondere bijstand kan worden verleend voor noodzakelijke inrichtingskosten, zijnde de kosten voor de aanschaf van een gebruikelijke en noodzakelijke inboedel. 2.. Inrichtingskosten worden in ieder geval aangemerkt als bijzondere en noodzakelijke kosten indien sprake is van: huisvesting in het kader van de gemeentelijke taakstelling voor de huisvesting van statushouders; nieuwe huisvesting als gevolg van echtscheiding of beëindiging van een samenwoning, waarbij maatwerk wordt toegepast; een anderszins noodzakelijke verhuizing, waarbij de noodzaak voldoende is onderbouwd. Bij de toepassing van dit lid kan, gelet op de individuele omstandigheden, naar beneden worden afgeweken van het in het vierde lid genoemde maximum. 3.. De bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wordt verstrekt in de vorm van een geldlening. Bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven tot verstrekking om niet. Artikel 3, vierde lid, van deze beleidsregels is van toepassing. 4.. Het bedrag dat voor bijzondere bijstand in aanmerking komt, wordt vastgesteld op maximaal 50% van het inventarispakket naar huishoudtype, zoals opgenomen in de meest recente Nibud-richtlijnen. 5.. Bij kamerbewoning wordt de bijzondere bijstand voor inrichtingskosten beperkt tot het maximale bedrag zoals opgenomen in het financieel besluit. 6.. De besteding van de bijzondere bijstand moet met bewijsstukken worden aangetoond. Het niet of niet geheel besteden van de bijzondere bijstand aan het daarvoor bestemde doel kan leiden tot terugvordering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel