**1..** Het vermogen wordt bij de aanvraag vastgesteld op dezelfde wijze als bij de algemene bijstand.
**2..** Voor bijzondere bijstand wordt vermogen boven 60% van de voor de belanghebbende geldende vermogensgrens als bedoeld in artikel 34, derde lid, van de wet, in beginsel aangemerkt als redelijkerwijs aanwendbaar vermogen voor de betaling van de noodzakelijke kosten.
**3..** Indien sprake is van vermogen boven 60% van de vermogensgrens als bedoeld in artikel 34, derde lid, van de wet, wordt beoordeeld of dit vermogen redelijkerwijs kan worden aangewend voor de betaling van de noodzakelijke kosten.
**4..** Vermogen dat tijdens de verlening van bijzondere bijstand door sparen ontstaat, wordt betrokken bij de beoordeling van de draagkracht, voor zover dit vermogen redelijkerwijs beschikbaar is.
**5..** Het vermogen in de eigen woning die het hoofdverblijf vormt van de belanghebbende blijft buiten beschouwing.
**6..** Vermogen in de vorm van de afkoopwaarde van een levensverzekering of uitvaartverzekering wordt niet als vermogen aangemerkt.
**7..** Voor de vaststelling van de waarde van auto’s, motoren en caravans wordt in beginsel uitgegaan van de ANWB-koerslijst (verkoopprijzen).
**8..** Bij het vaststellen van het vermogen wordt de waarde van één voertuig dat op naam van de belanghebbende is geregistreerd buiten beschouwing gelaten indien:
**a..** de waarde van het voertuig niet hoger is dan € 2.500; of
**b..** het voertuig aantoonbaar wegens medische redenen is aangepast.
Hoofdstuk 2
Artikel 7
Vermogen
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Voorst 2026