Naar hoofdinhoud
1.. Tot het inkomen van de belanghebbende worden gerekend de middelen en het inkomen als bedoeld in de artikelen 31 tot en met 33 van de wet, voor zover deze niet zijn uitgezonderd. 2.. Bij de vaststelling van het inkomen worden de individuele inkomenstoeslag en de studietoeslag buiten beschouwing gelaten. 3.. Het deel van het inkomen dat op grond van een wettelijke verplichting wordt ingehouden ten behoeve van schuldeisers, wordt niet als inkomen aangemerkt. 4.. Bij de vaststelling van het inkomen wordt in beginsel uitgegaan van het periodieke inkomen in de maand waarin de kosten zijn gemaakt, tenzij dit geen representatief beeld geeft van de financiële situatie van de belanghebbende.

Rechtspraak bij dit artikel