1. Inleiding
Binnen de gemeente Apeldoorn kennen we twee methoden van afschrijven. De lineaire methode passen we toe op Onderwijshuisvesting. De annuïtaire methode passen we toe op al onze overige vaste activa. Hieronder geven we een korte uiteenzetting over deze methodieken.
1.1 Lineaire afschrijvingsmethode
Bij de lineaire afschrijvingsmethode dalen de kapitaallasten van jaar tot jaar. Het afschrijvingsbedrag blijft jaarlijks even hoog, maar doordat de boekwaarde daalt, nemen de rentelasten jaarlijks af.
Over het geheel genomen (lange termijn) geeft deze afschrijvingsmethode de minste lasten in de exploitatie van een actief. Dit komt doordat de rentecomponent in totaliteit kleiner is dan bij de annuïtaire afschrijvingsmethode. De lineaire afschrijvingsmethode wordt in Apeldoorn toegepast op onderwijshuisvesting. Dit beperkt het risico op een hoge restantboekwaarde bij leegstand en overdracht ten behoeve van exploitatie.
1.2 Annuïtaire afschrijvingsmethode
Bij de annuïtaire afschrijvingsmethode blijven de kapitaallasten gelijk gedurende de hele economische levensduur. In de beginjaren is de boekwaarde nog hoog en zijn de rentelasten daarom hoger. De hogere rentelasten worden gecompenseerd door minder snel af te schrijven. In de laatste jaren daalt de boekwaarde snel door grotere afschrijvingsbedragen. De rentelasten zijn dan evenredig laag.
Door de gelijkblijvende jaarlasten wordt een fluctuatie in de meerjarenbegroting, op dit gebied, zoveel mogelijk voorkomen. In Apeldoorn passen we deze afschrijvingsmethode dan ook toe, met als uitzondering onderwijshuisvesting.
2. Algemeen
- - Vanaf 2023 worden alle investeringen groter dan € 50.000, geactiveerd. Dit geldt voor investeringen die vanaf het begrotingsjaar 2023 gestart worden. Voor investeringen die gestart zijn vóór 2023 blijft de destijds gekozen investeringsgrens van toepassing.
- - Bijdragen van derden worden op de geactiveerde investering in mindering gebracht. Voorbeelden van bijdragen van derden zijn subsidies en bijdragen via belastingen, heffingen en leges, zoals rioolheffing en afvalstoffenheffing.
- - Investeringen worden geactiveerd en afgeschreven op basis van de verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs en de verwachte technische levensduur/ gebruiksduur.
- - Met afschrijven wordt gestart in het jaar na ingebruikname. Bij investeringen > € 5 miljoen die in delen – of fasen - worden opgeleverd wordt per deelinvestering – of fase – gestart met afschrijven na oplevering en afronding van betreffende deelinvestering.
- - De verschillende samenstellende delen van een investering worden in totaal afgeschreven. Een tussentijdse vervanging wordt zo nodig opgenomen in een meerjaren onderhoudsplan. Enige uitzondering is grond; gronden worden apart geregistreerd en hier wordt niet op afgeschreven, tenzij deze deel uitmaken van een investering met maatschappelijk nut (bijvoorbeeld gronden die aangekocht worden ten behoeve van de aanleg van een weg).
- - Bij het onderhouden en vervangen van activa maken we onderscheid tussen jaarlijks onderhoud, groot onderhoud en vervangingsinvesteringen/ renovatie- onderhoud:
- - Jaarlijks onderhoud is zogenaamd dagelijks herstel en contractonderhoud; jaarlijks onderhoud wordt niet geactiveerd, maar geraamd in de begroting.
- - Groot onderhoud is periodiek (niet- jaarlijks) instandhoudingsonderhoud dat nodig is om het object gedurende de levensduur in stand te houden. Met groot onderhoud blijft de functionaliteit, het gebruik en het comfort van het object ongewijzigd. Groot onderhoud wordt niet geactiveerd en gedekt door een onderhoudsvoorziening op basis van het betreffende MJOP (meerjarenonderhoudsplan).
- - Vervangingsinvesteringen zijn periodieke (niet- jaarlijkse) levensduur verlengende investeringen op het moment dat een object is afgeschreven en aan vervanging toe is.
- - Activa die niet zijn genoemd in de afschrijvingstabel of niet geschaard kunnen worden onder een van de genoemde activasoorten worden afgeschreven op basis van de verwachte gebruiksduur. Bij het bepalen van de verwachte gebruiksduur kan gekeken worden naar technische levensduur of economische levensduur, afhankelijk van welke korter is. Bij het afschrijven wordt aangesloten bij 1 van de afschrijvingstermijnen zoals vastgesteld in deze verordening.
3. Afschrijvingsbeleid immateriële vaste activa
Onder de immateriële vaste activa worden afzonderlijk opgenomen:
- - kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en disagio;
- - kosten van onderzoek en ontwikkeling;
Uitgangspunt is dat kosten van onderzoek en ontwikkeling niet geactiveerd worden, tenzij:
- - de gemeente de intentie heeft het actief te gebruiken of te verkopen;
- - de technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat;
- - het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut gaat genereren en;
- - de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.
Immateriële vaste activa worden in maximaal vijf jaar afgeschreven.
4. Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut
Materiële vaste activa met een economisch nut zijn alle investeringen die de mogelijkheid geven om (financiële) middelen te verwerven en/of die verhandelbaar zijn. Het gaat hierbij nadrukkelijk om de mogelijkheid middelen te verwerven. Voorbeelden hiervan zijn investeringen op het gebied van riolering, afvalstoffeninzameling, gebouwen (stadhuis of welzijnsaccommodaties), zwembaden, etc. Dat een gemeente ervoor kan kiezen ergens geen of geen kostendekkend tarief voor te heffen, is niet relevant voor de vraag of een actief economisch nut heeft. Een vergelijkbare redenering geldt voor de verhandelbaarheid. Het gaat om de mogelijkheid de activa te verkopen, niet om de vraag of de gemeente het actief ook daadwerkelijk zal verkopen. Dit betekent onder andere dat alle gebouwen een economisch nut hebben; er is immers een markt voor gebouwen.
Afschrijvingstermijnen materiële vaste activa met economisch nut:
- - Niet afschrijven: gronden en terreinen;
- - 40- 60 jaar*: Stichtingskosten schoolgebouwen (excl. grond), stichtingskosten gymnastieklokalen en sporthallen onderwijs, Integrale KindCentra, Multifunctionele Accommodaties (MFA), Circulair gebouwde Onderwijsaccommodaties
- - 40 jaar: nieuwbouw woonruimten, kantoren, bedrijfsgebouwen, sporthallen, sportvelden, gymnastieklokalen, parkeergarages;
- - Maximaal 40 jaar: uitbreiding woonruimten, kantoren, bedrijfsgebouwen, Integrale KindCentra, Multifunctionele Accommodaties (MFA), Circulair gebouwde Onderwijsaccommodaties, sporthallen, gymnastieklokalen, parkeergarages; (uitgangspunt is: afschrijven voor de resterende afschrijvingsperiode van het bestaande hoofdgebouw. Basisprincipe bij aankoop van bestaande opstallen is afschrijven over 20 jaar, tenzij vrij nieuw of richting einde levensduur);
- - 40 jaar: rioleringen, waterwegen, waterberging en walbeschoeiing;
- - 20 jaar**: renovatie en verbouwing woonruimten (aanpassing van woonruimte ten behoeve van kwaliteitsverbeteringen of functiewijziging zoals duurzaamheidsinvesteringen en nieuwe functie van een voormalige boerderij of een aangekocht hotel), kantoren en bedrijfsgebouwen, gebouwen onderwijs, sportaccommodaties, aanpassingen aan technische installaties zoals liften, centrale verwarming, installaties voor klimaatbeheersing, duurzaamheidsinstallaties, semi- permanente bebouwing, inrichtingskosten sportaccommodaties; lichtinstallaties sportaccommodaties; onderlaag/ fundering kunstgrasveld;
- - 10 Jaar: gymnastiekmateriaal, kunstgrasvelden (toplaag), elektrische laadpalen, inventaris, stemmachines, tijdelijke noodgebouwen/huisvesting, transportmiddelen, telefooncentrales;
- - 8 jaar: transportmiddelen (auto’s, motorvoertuigen, aanhangers, etc.);
- - 5 jaar: software, gereedschappen, verbindingsmiddelen
- - 3 - 5 jaar: automatiseringsapparatuur (hardware) > € 20.000) met uitzondering van mobiele devices en thuiswerkplekken (zie artikel 13 lid 5 van de verordening).
* in het door de raad vastgestelde beleidsrijk integrale huisvestingsplan onderwijs 2024-2039 is een nadere uitwerking gegeven voor het afschrijven, gebaseerd op te verwachten technische en/of economische levensduur en is voor nieuwe investeringen in schoolgebouwen bepaald op 40 jaar.
**indien deze onderdelen zijn opgenomen in een meerjaren onderhoudsplan dan wordt dit niet apart geactiveerd en afgeschreven tot aan integrale vervanging of renovatie van het gehele object.
5. Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met maatschappelijk nut
Investeringen met een meerjarig maatschappelijk nut zijn alle investeringen in de openbare ruimte die geen economisch nut hebben. Voorbeelden van deze activa zijn wegen, pleinen, bruggen, en openbaar groen. Deze activa genereren geen middelen en er is geen markt voor.
Afschrijvingstermijnen materiële vaste activa met maatschappelijk nut.
- - Niet afschrijven: gronden en terreinen. Een investering in grond die gepaard gaan met de aanleg van wegen wordt, inclusief de aankoopkosten van de grond, over de levensduur van de weg afgeschreven.;
- - 40 jaar: Wegen, tunnels, viaducten, fietspaden, pleinen, rotondes, groenvoorzieningen en bomen, openbare verlichting (masten)
- - 30 jaar: Gebiedsrevitalisering
- - 25 jaar: verkeersregelinstallaties, houten constructies (bruggen, tunnels, viaducten), openbare verlichting (armaturen)
- - 15 jaar: Speelvoorzieningen en straatmeubilair (aanleg, verbetering, aanpassing)
6. Bijdragen aan activa in eigendom van derden
Bijdragen van de gemeente aan activa van derden worden niet geactiveerd, tenzij de raad anders besluit.
De raad kan anders besluiten als sprake is van:
- - een investering in activa met economisch of maatschappelijk nut door een derde;
- - de investering bijdraagt aan de publieke taak;
- - de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen en
- - de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de provincie onderscheidenlijk gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering.
De bovenstaande voorwaarden om een bijdrage van activa in eigendom van derden te activeren zijn cumulatief. Kern is dat de bijdrage bijdraagt aan de publieke taak en dat de derde partij verplicht kan worden daadwerkelijk te investeren. Voor de afschrijvingstermijnen worden de afschrijvingstermijnen van de materiële vaste activa gebruikt, zoals die door betreffende derde worden aangehouden.