Het houden van toezicht en handhaving zijn geen doelen op zich. Het doel is de naleving van regelgeving en het nakomen van (voorschriften uit) vergunningen te bevorderen. Voorschriften beogen de bescherming en zelfs verbetering van de kwaliteit van de openbare, bebouwde en onbebouwde ruimte, waarbij gezondheid, veiligheid, leefbaarheid en toekomstbestendigheid van de woon- en leefomgeving voorop staan. Toezicht en handhaving dragen dus bij aan een gezonde, veilige, leefbare en toekomstbestendige gemeente waar het prettig is om te wonen, te werken en te verblijven. Daardoor is de vraag naar doelmatigheid, ook wel aangeduid als het spanningsveld tussen principe en pragmatisme, steeds aan de orde. Wij kiezen voor een gerichte aanpak om naleefgedrag te verbeteren. De aanpak bestaat uit een doordachte mix van handhavingsinstrumenten. Preventieve instrumenten van handhaving hebben daarbij duidelijk de voorkeur boven repressieve instrumenten. Zichtbaarheid vanuit een verbindende proactieve houding speelt hierbij ook een belangrijke rol.
Het is ondoenlijk om op alle regels, wetten en verordeningen permanent en intensief toezicht te houden. Daarom wordt toezichtcapaciteit en controles risicogericht geprioriteerd. Dit laat onverlet dat bij geconstateerde overtredingen en handhavingsverzoeken een zorgvuldige besluitvorming plaatsvindt. Ook is het van belang het gehele spectrum van toezicht en handhaving te bekijken, de risico’s te analyseren en prioriteiten te stellen. Vanuit deze invalshoek moet het houden van toezicht en het handhaven zowel opportuun zijn (geschikt en op een passend moment) alsmede proportioneel (in verhouding staan tot het vergrijp of het gevaar). Dit veronderstelt een heldere belangenafweging.
Om duidelijkheid te verschaffen aan de inwoners van en de bedrijven in onze gemeente stellen wij, zoals omschreven in hoofdstuk 1, duidelijk en vooraf onze prioriteiten vast. Dit gebeurt via dit VTH beleid.
Het college heeft, zoals in de uitgangspunten aangegeven, de ambitie om minder repressief te handhaven en meer te werken aan preventie. Dit wil het college doen door burgers, bedrijven en instanties aan te spreken op hun eigen verantwoordelijkheden. Anderzijds moet de handhaafbaarheid van wet- en regelgeving worden bekeken. De ambities staan hieronder verwoord:
Verschuiving van repressief naar preventief handhaven.
Extern draagvlak creëren door onder andere het verbeteren van de in- en externe samenwerking en communicatie op het gebied van handhaving.
Eenheid in de uitvoering van handhaving door het realiseren van een integrale en interactieve aanpak.
Uniforme en gelijke aanpak.
De kwaliteitseisen, zoals vastgesteld in de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit op te volgen.
Verbeteren en bevorderen van het naleefgedrag van burgers, bedrijven en instanties.
Een leefbare en veilige omgeving te bevorderen waar het prettig is om te wonen, te werken en te verblijven.
Hinder, overlast, verrommeling en aantasting van de openbare ruimte te beperken.
Deze ambities zijn geconcretiseerd in doelstellingen. Deze doelstellingen worden per jaar uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma, maar worden gebaseerd op onderstaande beleidsdoelstellingen.
Doelstellingen:
Zwaartepunt handhaving van repressief naar preventief verschuiven door burgers, bedrijven en instanties aan te spreken op en informeren over hun eigen verantwoordelijkheden.
Betere interne en externe afstemming tussen disciplines die betrokken zijn bij de handhaving in onze gemeente.
Diverse publicaties per jaar over toezicht of handhaving in een lokaal blad, website of social media.
Zorgen voor een goede structuur van de werkwijze en de werkprocessen.
Burgers aanmoedigen in eerste instantie hun eigen verantwoordelijkheid te nemen zonder tussenkomst van de gemeente.
Borgen dat beleid en plannen handhaafbaar worden en niet-handhaafbare regels schrappen.
Het college gaat er op het gebied van de aan hun bij wet toegewezen taken van uit dat toezicht en (preventieve) handhaving uiteindelijk zullen leiden tot een betere en betrouwbare dienstverlening voor de inwoners en bedrijven van haar gemeente. Het college verliest daarbij echter niet uit het oog dat repressief handhaven soms noodzakelijk zal blijken, maar dat ook dit uiteindelijk leidt tot een betrouwbare gemeente en een beter naleefgedrag van de wet- en regelgeving.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.2
Doelstellingen toezicht en handhaving
Onderdeel van Beleid vergunningen, toezicht en handhaving Omgevingsrecht Eersel 2026