Maatschappelijke instellingen (sport- en wijkverenigingen en beheerstichtingen) zijn primair zelf verantwoordelijk voor het toekomstgericht exploiteren van de accommodaties die zij beheren. Met huurders en gebruikers worden bindende afspraken gemaakt via overeenkomsten.
De exploiterende partij maakt een begroting die wordt getoetst door de gemeente. Gebruikers betalen een vergoeding en beperken de kosten door een deel van het beheer en het onderhoud zelf te verzorgen.
De exploiterende partij stimuleert de eigen inzet, maar stelt ook voorwaarden aan commercieel gebruik, wat ondergeschikt is aan maatschappelijk gebruik. De Drank- en horecawetgeving en regels met betrekking tot paracommercie zijn van toepassing. De exploiterende partij werkt, waar mogelijk, samen met lokale (horeca)ondernemers.
De beheerder bepaalt in beginsel zelf de tarieven en voorwaarden voor gebruik en huur van ruimten, op een zodanige wijze dat de tarieven redelijk en maatschappelijk verantwoord zijn en deze de kosten van beheer zo veel als mogelijk dekken (dagelijks onderhoud, energie, verzekeringen etc.).
Als gemeente voeren we in beginsel geen exploiterende activiteiten uit, maar hebben we wel een cruciale rol in toetsing van de exploitatie en de daarin gehanteerde kosten en tarieven. We evalueren in dat verband minimaal eens per jaar samen met de beheerder/exploitant de (maatschappelijke) performance van de accommodatie.
Eventuele verhuur aan commerciële partijen vindt plaats tegen marktconforme tarieven.
Bij bestaande, doorlopende contracten worden de afgesproken tarieven gehanteerd; bij contractverlengingen, nieuwbouw of vernieuwbouw ten behoeve van toekomstige maatschappelijke functie wordt een kostendekkend dan wel marktconform tarief gehanteerd.