De gemeente subsidieert een tegemoetkoming voor aanbieders met een relatief hoog aandeel VVE-geïndiceerde peuters. Het gaat hierbij om de volgende criteria en doelen:
De aanbieder kan voor VE-locaties met gemiddeld meer dan 40% VVE- geïndiceerde peuters een beroep doen op een extra subsidie. Dit percentage betreft de verhouding op basis van het gemiddelde aantal unieke kinderen met en zonder VVE-indicatie. Meetmomenten vinden plaats in de eerste drie kwartalen van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar. Als houders reguliere peuters niet (allemaal) uploaden in de Peutermonitor, leveren zij bij de gemeente gelijktijdig met het uploaden van kwartaalcijfers in de Peutermonitor geanonimiseerde lijsten aan van het totaal aantal reguliere peuters per VE-groep.
Het aantal VVE-peuters is te verifiëren via de Peutermonitor.
De inzet van deze aanvullende middelen komt ten goede aan de kwaliteit van het aanbod van voorschoolse educatie op deze locatie en kan door de aanbieder naar eigen inzicht in worden gezet.
Artikel 7.
Verlening extra subsidie voor locaties met minimaal 40% VVE-geïndiceerde kinderen
Onderdeel van Subsidieregeling peuteropvang gemeente Westervoort 2026