**2.1.** Het college kent aan ieder huishouden waarvan voor het betreffende kalenderjaar het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet, ambtshalve de vaste tegemoetkoming voor dat kalenderjaar toe.
Ambtshalve toekennen over 2025 (fase II) over de reeds bekende huishoudens in 2023 en/of 2024 (fase I)
**2.2.** Het college kent de vaste tegemoetkoming over 2025 ambtshalve toe aan het huishouden, indien:
het huishouden voor 2025 nog geen vaste tegemoetkoming toegekend heeft gekregen;
voor 2025 het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner in het huishouden niet is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet;
op basis van de bij het college bekende gegevens het college vermoedt dat het huishouden aanspraak kan maken op de vaste tegemoetkoming;
blijkt dat er tussentijds geen relevante wijzigingen zijn opgetreden in de situatie van het huishouden of in de toepasselijke wetgeving. Bij de beoordeling hiervan wordt gekeken naar de periode tussen de vorige toekenning en de datum waarop de Belastingdienst, op grond van artikel 78gg, vijfde lid, van de Participatiewet, de in artikel 2.1 bedoelde gegevens aan het college heeft verstrekt; en
de meestverdienende partner ingeschreven staat in de gemeente.
Ambtshalve toekennen over 2026 en/of 2027 voor bekende huishoudens waar het vermoeden bestaat dat zij recht hebben op grond van eerdere toekenning
**2.3.** Het college kent de vaste tegemoetkoming over de jaren 2026 en/of 2027 ambtshalve toe aan het huishouden, indien:
het huishouden voor 2026 en/of 2027 nog geen vaste tegemoetkoming toegekend heeft gekregen;
voor 2026 en 2027 het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner in het huishouden niet is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet;
op basis van de bij het college bekende gegevens het college vermoedt dat het huishouden aanspraak kan maken op de vaste tegemoetkoming;
blijkt dat er tussentijds geen relevante wijzigingen zijn opgetreden in de situatie van het huishouden of in de toepasselijke wetgeving. Bij de beoordeling hiervan wordt gekeken naar de periode tussen de vorige toekenning en de datum waarop de Belastingdienst, op grond van artikel 78gg, vijfde lid, van de Participatiewet, de in artikel 2.1 bedoelde gegevens aan het college heeft verstrekt; en
de meestverdienende partner ingeschreven staat in de gemeente.
Artikel 2
Ambtshalve toekenning
Onderdeel van Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek gemeente Stein