**1..** Het college kan een individuele voorziening toekennen voor behandeling van complexe scheidingsproblematiek, wanneer uit onderzoek blijkt dat de ontwikkeling van het tot het gezin behorende minderjarige kind ernstig wordt belemmerd of bedreigd als gevolg van de scheidingssituatie. Dit moet zich uiten in psychische problematiek of een aanmerkelijke kans daarop.
**2..** De behandeling wordt uitsluitend ingezet als onderdeel van een methodisch programma dat aantoonbaar is gericht op het verminderen van de ontwikkelingsproblemen van het kind. Hierbij geldt dat het programma:
landelijk is erkend of gebaseerd is op een evidence-informed methodiek, zoals Kinderen uit de Knel of Ouderschap Blijft;
vooraf inhoudelijk wordt beoordeeld en goedgekeurd door het college, indien het niet een landelijk erkende methodiek betreft.
**3..** De behandeling is niet bedoeld als omgangsbemiddeling tussen ouders. De focus ligt op het verbeteren van het welzijn van het kind en het verminderen van de ontwikkelingsbelemmeringen die voortkomen uit de scheidingsproblematiek. Verbetering van de onderlinge omgang tussen ouders kan onderdeel zijn van de aanpak, maar mag niet het primaire doel van de behandeling vormen.
**4..** Wanneer een rechtbank in het kader van een procedure over gezag of omgang het wenselijk acht dat een behandeling wordt ingezet, kan zij – in overleg met ouders en zorgaanbieder – het college verzoeken een dergelijke voorziening toe te kennen. Het college beoordeelt dit verzoek op inhoud en passendheid. Alleen als beide ouders of, waar relevant, het kind instemt en het college van oordeel is dat de behandeling passend is, kan een individuele voorziening worden toegekend.
**5..** Het college kan nadere regels vaststellen ter uitwerking van de criteria voor de inzet van behandeling bij complexe scheidingsproblematiek.
Artikel 6.5
Behandeling bij complexe scheidingsproblematiek
Onderdeel van Verordening jeugdhulp Midden-Delfland 2026