Naar hoofdinhoud

Artikel 6.6

Afstemming met andere voorzieningen en wettelijke kaders

Onderdeel van Verordening jeugdhulp Midden-Delfland 2026

1.. Het college stemt de jeugdhulp die een jeugdige of ouder nodig heeft af op voorzieningen, ondersteuning en wettelijke kaders die geboden worden op grond van: de Leerplichtwet; de Participatiewet; de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening; de Wet Inburgering 2021; de Wet kinderopvang; de Wet langdurige zorg; de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; de Wet passend onderwijs; de Wet publieke gezondheid; de Wet tijdelijk huisverbod; de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg; de Zorgverzekeringswet. Het college voorkomt tegenstrijdige inzet van voorzieningen, ondersteunt jeugdigen en ouders actief bij toegang tot andere voorzieningen en waarborgt de continuïteit van zorg wanneer meerdere voorzieningen tegelijk noodzakelijk zijn. 2.. De afgestemde inzet van jeugdhulp draagt bij aan: het opheffen van een levensbedreigende situatie of dreiging van ernstige gezondheidsschade; het stabiliseren van een crisissituatie; het vergroten van duurzame zelfredzaamheid van de jeugdige of ouder, binnen diens mogelijkheden. 3.. Bij de afweging betrekt het college ten minste: de aard en urgentie van de hulpvraag; de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige of ouder en het sociaal netwerk (conform artikel 10); de verwachte effectiviteit van de volgorde en combinatie van inzet; de maatschappelijke kosten en baten op langere termijn, waaronder inzet op zorg, onderwijs, participatie en veiligheid. 4.. Indien een jeugdige of ouder weigert mee te werken aan ondersteuning vanuit andere relevante wettelijke kaders, kan het college besluiten het onderzoek te beëindigen en een individuele voorziening te weigeren. Deze weigering wordt schriftelijk gemotiveerd. 5.. Als een jeugdige van 16 jaar of ouder naar verwachting ook na het achttiende levensjaar hulp of ondersteuning nodig heeft vanuit een ander wettelijk kader, is het college verplicht om: vóór het achttiende jaar te zorgen voor hulp die de overgang naar volwassenenzorg zoveel mogelijk beperkt; continuïteit van zorg te waarborgen tijdens en na de overgang. 6.. Ter uitvoering van het vijfde lid onderzoekt het college tijdig welke ondersteuning nodig is vanaf de achttiende verjaardag en op basis van welke wet deze moet worden ingezet (Wmo, Wlz of Zvw). Daarbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van een warme overdracht tussen betrokken instanties.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel