Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Persoonsgebonden budget (pgb)

Onderdeel van Verordening jeugdhulp Midden-Delfland 2026

Regels voor het pgb 2.. Als een jeugdige en/of ouders in aanmerking komen voor een individuele voorziening en de ondersteuning zelf wenst in te kopen door middel van een pgb, toetst het college of voldaan wordt aan de in de wet opgenomen voorwaarden. De jeugdige en/of ouders dient daarvoor een budgetplan in. In het budgetplan is in elk geval opgenomen: Hoe de jeugdige en/of zijn ouders zelf of met hulp van iemand uit het sociaal netwerk de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze gaat uitvoeren, en; Wat de motivatie is om de jeugdhulp in de vorm van een pgb te ontvangen, en; Welke jeugdhulp de jeugdige en/of zijn ouders met het pgb zou willen inkopen en bij welke aanbieder, en; Op welke wijze de kwaliteit van de jeugdhulp is gewaarborgd en duidelijk is dat de jeugdhulp geschikt is voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt, en; De kosten van de voorziening, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief. 3.. Het pgb mag niet worden besteed aan: Kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; Kosten voor het voeren van een pgb-administratie, zoals telefoonkosten en de kosten voor het aanvragen van een VOG. Kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; Kosten voor een feestdagenuitkering, een eenmalige uitkering, eindejaarsuitkering, vakantiegeld en reiskosten van de hulpverlener; Kosten die worden gemaakt voor zover het pgb is bestemd voor besteding in het buitenland, tenzij hiervoor expliciet toestemming is gegeven door het college; Kosten voor vervoer als de jeugdige op grond van artikel 5b naar het oordeel van het college niet in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening; Kosten voor hulp die direct ingezet moet worden (crisishulp). 4.. Het pgb bevat geen vrij besteedbaar deel. 5.. De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt kan de jeugdhulp betrekken van een persoon die behoort tot het sociaal netwerk voor zover: Het gaat om het bieden van persoonlijke verzorging, begeleiding en kortdurend verblijf; De persoon die met het pgb betaald wordt, heeft aangegeven dat de zorg aan de belanghebbende voor hem niet tot overbelasting leidt; Gewaarborgd is dat de persoon die met het pgb betaald wordt in staat is de hulp te bieden die conform de beoogde doelstellingen in het ondersteuningsplan benodigd is; De persoon die met het pgb betaald wordt, beschikt over een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) die niet ouder is dan drie maanden bij aanvang van de zorgovereenkomst en gedurende de hulpverlening niet ouder dan drie jaar, waaruit blijkt dat er geen bezwaren zijn voor de uitoefening van diens functie. Ouder(s) zijn uitgesloten van deze eis. 6.. Bij de inzet van informele hulp kan door het college advies opgevraagd worden bij een extern bureau over de informele hulpverlener en of deze inzet passend is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel