De hulpvraag van de jeugdige of diens ouders is het uitgangspunt van het onderzoek naar jeugdhulp. Het CJG onderzoekt welk probleem of welke behoefte aan deze hulpvraag ten grondslag ligt en waardoor dit probleem of deze behoefte is ontstaan. Vervolgens onderzoekt het CJG aan de hand van dit probleem of deze behoefte in hoeverre jeugdhulp nodig is, gelet op het probleem en de eigen kracht van de ouders. Dit geldt ook indien de jeugdige of diens ouders de hulpvraag kenbaar hebben gemaakt in de vorm van een verzoek om een specifieke voorziening.
Het CJG beoordeelt de hulpvraag en het onderliggende probleem of de behoefte in zijn geheel, inclusief de invloed van ouders en het sociale netwerk en de eventuele noodzaak tot verwijzing naar ondersteuning uit andere domeinen. De beoordeling over de daadwerkelijke inzet uit andere domeinen, ligt altijd bij het desbetreffende domein zelf. Dat wil zeggen dat als de hulpvraag zich richt op gedragingen die zich voordoen bij het kind, óók onderzocht wordt wat de invloed van ouders of anderen binnen het sociale netwerk hierop is of zou kunnen zijn.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.1
Vraag 1: Wat is de hulpvraag?
Onderdeel van COLLEGEBESLUIT TOT VASTSTELLING VAN BELEIDSREGELS JEUGDHULP VEENENDAAL