Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.2

Vraag 2: Is er sprake van opgroei- of opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen en, zo ja, welke zijn dat?

Onderdeel van COLLEGEBESLUIT TOT VASTSTELLING VAN BELEIDSREGELS JEUGDHULP VEENENDAAL

Het CJG onderzoekt na vaststelling van de hulpvraag, of er, in relatie tot deze hulpvraag en het onderliggende probleem, sprake is van opgroei- of opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen. Het gaat dan bijvoorbeeld om: Psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, of opvoedingsproblemen van de ouders; Beperkingen in de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie in verband met een somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem bij een jeugdige die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt. Indien wordt vastgesteld dat er géén sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen bij de jeugdige, dan betekent dit het eind van het onderzoek. Er kan dan geen sprake zijn van inzet van een voorziening vanuit de Jeugdwet. Jeugdigen en hun ouders kunnen wel gewezen worden op de voorzieningen in de sociale basis of vanuit andere wettelijke domeinen, indien er wel hulpvragen zijn geconstateerd, maar die hulpvragen niet vallen onder de reikwijdte van de jeugdwet.

Rechtspraak bij dit artikel