De bepaling van de benodigde ondersteuning wordt steeds getoetst aan de drie jeugdwetdoelen:
1. Gezond en veilig opgroeien
Jeugdigen hebben het recht om gezond en veilig op te groeien in een stimulerende en beschermende omgeving. Ouders zijn hiervoor primair verantwoordelijk door middel van het bieden van een veilig opvoedklimaat en het bevorderen van de ontwikkeling van hun kinderen.
Soms ervaren jeugdigen of gezinnen een periode waarin opvoeden of opgroeien wat moeilijker gaat. Dit hoort bij het leven. Verschillen mogen er zijn, zolang de basisveiligheid en ontwikkelingsmogelijkheden van de jeugdige niet structureel in gevaar komen.
2. Groeien naar zelfstandigheid
Jeugdhulp is gericht op het versterken van de eigen kracht en het probleemoplossend vermogen van jeugdigen, ouders en hun sociale omgeving. Ondersteuning is tijdelijk en gericht op het bevorderen van zelfstandigheid, waarbij jeugdigen en gezinnen worden geholpen om steeds meer zelfstandig verder te kunnen.
Zelfstandigheid bestaat uit mogelijkheden voor het beoefenen van sport en cultuur en het volgen van onderwijs. Welk niveau van zelfstandigheid haalbaar is, kan per individu verschillen. Deze verschillen mogen er zijn. Groeien naar zelfstandigheid betekent, afhankelijk van de leeftijd en het ontwikkelingsniveau, voor iedere jeugdige iets anders.
3. Voldoende zelfredzaam zijn en maatschappelijk participeren
De ondersteuning sluit aan bij de leeftijd en het ontwikkelingsniveau van de jeugdige.
Het doel is dat jeugdigen voldoende zelfredzaam zijn en deelnemen aan de maatschappij via onderwijs, sport, cultuur en vrijwilligerswerk, in een mate passend bij hun ontwikkelingsniveau.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.3.1.
Jeugdwetdoelen als uitgangspunt
Onderdeel van COLLEGEBESLUIT TOT VASTSTELLING VAN BELEIDSREGELS JEUGDHULP VEENENDAAL