Op basis van de hulpvraag (stap 1) en de vastgestelde problematiek (stap 2) bepaalt het CJG welke ondersteuning naar aard en omvang nodig is. Dit betreft alle ondersteuning die nodig is om de doelen van de jeugdwet te bereiken, ongeacht of deze ondersteuning wordt geboden vanuit de Jeugdwet of bijvoorbeeld via een andere wettelijke regeling, algemeen toegankelijke voorziening of het eigen netwerk.
Het CJG maakt inzichtelijk welke concrete ondersteuning nodig is om de doelen uit de jeugdwet te behalen en hoe deze ondersteuning zich verhoudt tot de in stap 2 vastgestelde problematiek.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.3
Stap 3: Welke ondersteuning is er naar aard en omvang nodig?
Onderdeel van COLLEGEBESLUIT TOT VASTSTELLING VAN BELEIDSREGELS JEUGDHULP VEENENDAAL