Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2.

Artikel 6.

Participatieplaats

Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet 2024 gemeente Zevenaar

1.. Het college kan een persoon van 27 jaar of ouder met recht op algemene bijstand overeenkomstig artikel 10a van de wet onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten. 2.. Het college zorgt ervoor dat de te verrichten additionele werkzaamheden worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst die wordt ondertekend door het college, de werkgever en de persoon die de additionele werkzaamheden gaat verrichten. 3.. Het college plaatst de persoon uitsluitend als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 4.. Het college stelt een trajectplan op waarin de individuele afspraken over de participatieplaats worden vastgelegd. In het trajectplan wordt in ieder geval vastgelegd: het doel van de participatieplaats; de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt; de duur van de participatieplaats. 5.. Het college verstrekt elke zes maanden een premie aan personen met een uitkering op grond van de Participatiewet, IOAW of IOAZ, die in het kader van een participatieplaats als bedoeld in artikel 10a van de wet arbeid verrichten. De hoogte van de premie houdt verband met het aantal te werken uur in het voorafgaande half jaar en bedraagt per jaar niet meer dan de laagste kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk, bedoeld in artikel 7, onderdeel h, van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ of diens rechtsopvolger. 6.. De premie wordt niet verstrekt indien: de persoon in het voorafgaande half jaar naar het oordeel van het college onvoldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van zijn kans op arbeidsinschakeling; de aan de participatieplaats verbonden verplichtingen in het voorafgaande half jaar zijn geschonden. 7.. De premie kan zonder voorafgaande verlening verstrekt worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel