1. Voor de toepassing van de in artikel 15:1:15, eerste lid, bedoelde regeling wordt verstaan onder:
eerste beoordelaar; direct leidinggevende, bij de afdeling Openbare Werken vervult het afdelingshoofd de rol van eerste beoordelaar in overleg met de gebiedsopzichter,
tweede beoordelaar; collega-leidinggevende, bij een beoordeling door de secretaris-directeur vervult de adjunct-directeur de rol van tweede beoordelaar.
2. In gevallen waarin de regeling niet voorziet beslist het college van burgemeester en wethouders.