Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 15 › Paragraaf

Artikel 15:1:15:2

Artikel 15:1:15:2

Onderdeel van CAR/UWO

1. De leidinggevende beoordeelt de medewerker minimaal een maal per twee jaar of als de direct leidinggevende dit nodig oordeelt. 2. De leidinggevende beoordeelt de medewerker, in aanvulling op het eerste lid; a. als de medewerker hierom verzoekt en de leidinggevende hiermee instemt; b. bij de plaatsing van de medewerker van de aanloop in de functieschaal; c. bij het toekennen van een of meer extra periodieke verhoging(en); d. bij het niet toekennen van een periodieke verhoging; e. bij de toekenning van een tijdelijke persoonlijke toelage; f. bij de toekenning van een vaste persoonlijke toelage; g. bij de beslissing omtrent een vaste aanstelling. 3. De beoordeling wordt door de eerste en tweede beoordelaar, namens burgemeester en wethouders ondertekend. De medewerker tekent de beoordeling eveneens.

Rechtspraak bij dit artikel