De rechten worden geheven van de gezagvoerder, de schipper, de reder, de
eigenaar of de gebruiker van het vaartuig of van degene, die van de voor de
openbare dienst bestemde gemeentewateren of van de kaden gebruik maakt,
ofwel van hem, die als hier te lande gevestigde vaste vertegenwoordiger voor
een van dezen optreedt, met dien verstande, dat betaling door één der
belastingplichtigen de anderen daarvan bevrijdt.
Artikel 3
Belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rechten onder de naam van haven- en kadegeld 2011