1 Als grondslag voor de berekening van het recht geldt:
I voor Havengeld:
a voor zeeschepen: de bruto-inhoud van het zeeschip in GT zoals deze blijkt
uit de meetbrief;
b voor binnenvaartvrachtschepen: het aantal tonnen laadvermogen, zoals dit
blijkt uit de meetbrief;
c voor bedrijfsvaartuigen en binnenschepen: de ingenomen wateroppervlakte
zoals deze blijkt uit de bij het schip behorende meetbrief;
d voor pleziervaartuigen: het aantal strekkende meters over de grootste
lengte gemeten.
II voor Kadegeld: het aantal door de voorwerpen op de kaden in beslag
genomen m2.
III voor veiligheidsheffing: voor ISPS-gecertificeerde schepen de
bruto-inhoud van het schip in GT, zoals die blijkt uit de meetbrief.
2 Bij gebreke van de meetbrief of het document, bij weigering om zulk een
stuk te tonen of ingeval het stuk de inhoud, het laadvermogen of de
ingenomen wateroppervlakte niet vermeldt, wordt de inhoud, het laadvermogen
of de ingenomen wateroppervlakte door het college van burgemeester en
wethouders aangewezen ambtenaar of degene die hem vervangt vastgesteld en
worden de rechten naar de uitkomst daarvan geheven.
Artikel 4
Heffingsgrondslag
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rechten onder de naam van haven- en kadegeld 2011