Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.4

Artikel 2.4.1

Het werkingsgebied landelijk gebied en de Leidraad

Onderdeel van Nota Ruimte voor het Landschap 2026

Het belangrijkste werkingsgebied voor de uitvoering van de bouwsteen, betreft het werkingsgebied landelijk gebied. Een groot deel van Uithoorn en de Kwakel is gelegen binnen dit werkingsgebied waarin provinciale regels van toepassing zijn die het landelijk gebied leefbaar, vitaal en gezond moeten houden voor mens en natuur. Een van de belangrijkste instructieregels voor dit werkingsgebied die ziet op het hele landelijke gebied, betreft de instructieregel Ruimtelijke inpassing in het landelijk gebied. De instructieregel ziet op het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het werkingsgebied landelijk gebied en is opgenomen in paragraaf 6.2.6 van de omgevingsverordening. Om daadwerkelijk te kunnen sturen op ruimtelijke kwaliteit, heeft de provincie de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (hierna ook de Leidraad) ontwikkeld. Dit instrument beschrijft de provinciale belangen ten aanzien van landschappelijke en cultuurhistorische waarden. De Leidraad bevat geen normen die de gemeente ‘in acht moet nemen’, zoals het geval is bij de instructieregels met betrekking tot Beschermd Landelijk Gebied die hierna behandeld worden. De omgevingsverordening regelt slechts dat de gemeente ‘rekening houdt’ met de Leidraad en daar uitsluitend gemotiveerd van afwijkt. 2.4.1.1 De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie De Leidraad is van toepassing op alle nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied. De mate van binding bij planvormgeving verschilt echter per onderdeel. Gemeenten moeten rekening houden met de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren. Zij moeten de kansen zoals beschreven bij de ambities en ontwikkelprincipes bij de inpassing van de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied betrekken evenals de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren. De Leidraad beschrijft de betreffende provinciale ambities, structuren en ensembles in 20 ensembles en 10 structuren voor verschillende gebieden waarvoor bepaalde ambities en ontwikkelprincipes eveneens staan beschreven in de Leidraad. Voor deze bouwsteen binnen de gemeente Uithoorn is ensemble 17 – Aalsmeer – Uithoorn van toepassing en structuur H – stelling van Amsterdam / Hollandse Waterlinies als ook de ambities bij (agrarische) erven en (bebouwings-) linten. Ensemble Aalsmeer – Uithoorn Het ensemble bevat een complex samenstel van droogmakerijenlandschap en veenpolderlandschap met plassen, ontginningslinten en restanten van het voormalige veenontginningslandschap (veenbovenlanden). Vanuit de drie provinciale kernwaarden wordt het ensemble beschreven, de landschappelijke karakteristiek, openheid en ruimtebeleving en de ruimtelijke dragers. Voor deze bouwsteen zijn met name de ambities en ontwikkelprincipes van toepassing beschreven voor het Veenbovenland Langs de Amstel aangevuld met deze voor de droogmakerijen. Afbeelding 2: Overzichtskaart Ensemble Aalsmeer – Uithoorn, uit de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. Structuren van erven en linten In de Leidraad worden de ambities en ontwikkelprincipes beschreven die zorgdragen voor een goede ruimtelijke kwaliteit en herkenbaarheid in het landschap. Essentieel voor de kwaliteit van het Noord-Hollandse landschap is dat de veranderingen in de linten gepaard gaan met behoud, en liefst versterking, van de kwaliteit en identiteit ervan. Hetzelfde geldt voor de structuur van de Stelling van Amsterdam. 2.4.1.2 Advies van de ARO De instructieregel omtrent de Leidraad beschrijft ook dat gemeenten inzake de toepassing van de Leidraad advies kunnen vragen aan de provinciale Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling (ARO). Dit is een onafhankelijke adviescommissie die vroeg in het planproces om advies kan worden gevraagd over de ruimtelijke kwaliteit van plannen. De commissie denkt mee over de manier waarop het plan vanuit een integrale benadering waarde kan toevoegen aan het landschap.

Rechtspraak bij dit artikel