Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden

Onderdeel van Reglement van Orde gemeenteraad Heumen 2026

1.. Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. De commissie wordt bijgestaan door de griffier. Bij tussentijdse benoeming wordt voor deze commissie geen lid aangewezen die tot de fractie van het nieuw benoemde raadslid hoort. 2.. De commissie als bedoeld in het eerste lid onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden. 3.. Een uit het midden van de commissie aangewezen lid brengt het advies van de commissie uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in het advies. 4.. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 5.. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling, zoals bedoeld in artikel 18 van de wet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 6.. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

Rechtspraak bij dit artikel