**1..** Bij de benoeming van een wethouder stelt de voorzitter een commissie in overeenkomstig artikel 6, eerste lid.
**2..** De commissie onderzoekt of benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet.
Met het oog op een goede vervulling van de taak van de commissie overlegt de kandidaat-wethouder aan de raad:
Een ondertekende verklaring omtrent alle (neven)functies die hij bekleedt;
Een ondertekende verklaring omtrent financiële belangen;
Een uittreksel uit de Basisregistratie Personen omtrent woonplaats, geboorteplaats en -datum;
Indien hij geen onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie is, gegevens uit de Basisregistratie Personen, waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten, zoals opgenomen in artikel 36a juncto artikel 10 van de wet.
**3..** De commissie brengt advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in het advies.
**4..** De burgemeester geeft voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad. De risicoanalyse en het eindresultaat zijn niet openbaar.
Artikel 7.
Benoeming (kandidaat-)wethouders
Onderdeel van Reglement van Orde gemeenteraad Heumen 2026