2.1 Waarom prioriteren?
Vergunningverlening, toezicht en handhaving dragen bij aan het naleven van regels in de leefomgeving. Omdat het niet mogelijk is om overal tegelijk aanwezig te zijn en de beschikbare middelen beperkt zijn, is het noodzakelijk om toezicht en handhaving risicogestuurd in te zetten. Daarbij wordt prioriteit gegeven aan situaties waarin slecht naleefgedrag de grootste impact heeft.
Dit vraagt om een zorgvuldige risicoanalyse en prioritering van de werkzaamheden. In dit hoofdstuk wordt beschreven op basis van welke methodiek prioriteiten worden gesteld en hoe dit richting geeft aan de inzet van capaciteit. Dit hoofdstuk strekt ter vervanging van hoofdstuk 4.2 van de uitvoeringsstrategie.
2.2 Uitleg risicoanalyse en prioritering
Bij vergunningverlening is er minder mogelijkheid tot prioriteren, aangezien er aan de wettelijke termijnen moet worden voldaan en alle aanvragen moeten worden behandeld. Wel zit er een natuurlijke prioritering in de werkvoorraad. Eenvoudige aanvragen met lage risico’s worden marginaal beoordeeld, terwijl complexe(re) aanvragen diepgaander worden beoordeeld, al dan niet met input van in- en externe adviseurs. Verder kan bijvoorbeeld bij horeca-gerelateerde aanvragen de keuze gemaakt worden om een aanvullend onderzoek naar de integriteit van de aanvrager, exploitant en/of leidinggevenden uit te voeren. De wijze waarop deze keuzes in de werkwijze zijn vormgegeven, wordt nader toegelicht in hoofdstuk 3 van dit addendum. Deze prioritering richt zich voornamelijk op toezicht en handhaving.
Bij toezicht en handhaving is een duidelijke prioritering van groot belang. Onze capaciteit kunnen wij namelijk maar één keer inzetten, terwijl er wel een beginselplicht tot handhaving geldt. Een handhavingsverzoek moet daarom altijd resulteren in een besluit of er wel of niet gehandhaafd wordt. Afzien van handhaving mag alleen in zeer bijzondere omstandigheden. Uit vaste jurisprudentie blijkt verder dat een prioritering de mogelijkheid biedt om niet urgente handhavingszaken op een later moment op te pakken. De prioritering dient hier dus een essentieel onderdeel van de motivering om direct of op een later moment, al dan niet projectmatig, tot handhaving over te gaan.
2.3 Werkwijze risicoanalyse
Om de prioritering te bepalen heeft een ambtelijke werkgroep een analyse gemaakt van alle toezichts- en handhavingsactiviteiten. Hierbij zijn risico’s in kaart gebracht volgens een vaste methodiek en aan de hand van verschillende beoordelingscriteria. Bij de risicoanalyse zijn de volgende vier risicocategorieën in overweging genomen;
Veiligheid: Risico’s als gevolg van slecht naleefgedrag die de fysieke veiligheid van mens en/of dier kunnen aantasten (bijv. pijn, letsel of schade). Hieronder vallen ook brandveiligheid en constructieve veiligheid.
Volksgezondheid: Risico’s als gevolg van slecht naleefgedrag die schadelijk kunnen zijn voor de volksgezondheid, met mogelijke ziekte- en/of sterftegevallen bij mens en/of dier, onder meer door aantasting van natuur en milieu.
Kwaliteit van de leefomgeving: Risico’s als gevolg van slecht naleefgedrag die de kwaliteit en beleving van de leefomgeving kunnen aantasten (bijv. ruimtelijke uitstraling, cultuurhistorische waarden of verpaupering).
Bestuurlijk imago: Risico’s als gevolg van slecht naleefgedrag die het imago, de geloofwaardigheid en het vertrouwen in het bestuur en de besluitvorming kunnen schaden.
Aan de hand van deze vier risicocategorieën is iedere toezichts- en handhavingsactiviteit beoordeeld. Per risicocategorie is beoordeeld:
De effectscore: de gemiddelde ernst van het effect indien dit optreedt (op een schaal van 1 tot 3);
De kansscore: de kans dat dit effect zich voordoet (op een schaal van 1 tot 3).
Per risicocategorie is de ernst vermenigvuldigd met de kans. De scores van de vier risicocategorieën zijn bij elkaar opgeteld en gedeeld door vier, wat resulteert in een gemiddelde risicoscore.
Risicoscore = Het gemiddelde effect van slecht naleefgedrag * de kans dat dit effect optreedt.
De hoogte van de risicoscore bepaalt de prioriteit. Prioriteitsscores binnen een bepaalde bandbreedte vallen dus onder de prioriteit laag, gemiddeld of hoog.
2.4 Werkwijze Prioritair werken
Uit de risicoanalyse komt dus een prioriteit per activiteit. De prioritering kent wel de nodige flexibiliteit. Mocht er om een specifieke reden ergens opgetreden moeten worden, dan kan er meer prioriteit aan gegeven worden. Bijstelling van prioriteiten wordt geduid via het jaarlijkse uitvoeringsprogramma, die door het college wordt vastgesteld.
Deze prioriteitsscores vallen binnen drie typen scenario’s: lage prioriteit waarbij activiteiten uitsluitend projectmatig worden uitgevoerd, gemiddelde prioriteit waarbij activiteiten projectmatig of direct worden opgepakt of een hoge prioriteit waarbij activiteiten direct worden opgepakt. Met projectmatig wordt bedoeld dat er over een langere periode de toestand van bepaalde activiteiten en signalen wordt gemonitord. Wanneer er tijd beschikbaar is of actie noodzakelijk is, wordt er een project opgezet. Onderzoeken ten behoeve van laaggeprioriteerde categorieën worden ook pas binnen een project uitgevoerd en niet bij constatering. Op welke categorieën een project moet worden opgezet wordt jaarlijks bekeken en meegenomen in het uitvoeringsprogramma.
Als we niet direct handhavend optreden, dan krijgt de overtreder in de meeste gevallen eerst een waarschuwing. Tevens informeren we de melder over het feit dat de gemeente handhaving uitstelt. De situatie wordt later alsnog opgepakt. Voor overtredingen met een lage prioriteit wordt doorgaans geen uitgebreid onderzoek uitgevoerd, tenzij dit vanuit risico- of veiligheidsafwegingen noodzakelijk is. De uitkomst van de beoordeling kan wel beïnvloed worden door de prioritering, mits dit goed wordt gemotiveerd.
Prioriteit
Wijze van Toezicht & Handhaving
Scenario 1
Laag
Uitsluitend projectmatig
Scenario 2
Gemiddeld
Projectmatig of verzoek tot handhaving of directe aanleiding
Scenario 3
Hoog
Directe handhaving
Tabel 1: Scenario's prioritair werken
Bij lage geprioriteerde categorieën wordt er dus projectmatig opgetreden. Wanneer een categorie gemiddeld is geprioriteerd wordt er per situatie bekeken of het op een later moment via een project opgetreden kan worden of dat directe actie noodzakelijk is. In deze categorie wordt dus sneller overgegaan tot handhavend optreden, bijvoorbeeld bij herhaalde overtredingen of wanneer handhaving bijdraagt aan het voorkomen van escalatie.
Bij hoog geprioriteerde categorieën wordt er ongeacht de situatie zo snel mogelijk volgens vaste werkwijzen en regels opgetreden. Dit kan ongeprogrammeerd of geprogrammeerd. Geprogrammeerd betekend in dit geval dat er een bestuurlijke wens is om slecht naleefgedrag van een bepaalde categorie aan te pakken en dat er proactief handhaving plaatsvindt.
De volledige risicoanalyse en prioritering is te vinden in bijlage 1. Hieronder is weergegeven welke werkwijze van toezicht en handhaving per betreffende prioriteit hoort.
Risicoanalyse voor de handhaving
Fysieke leefomgeving
Resultaten
Activiteit
Totale effectscore
Prioriteit o.b.v. risicoanalyse
Staat en gebruik open erven en terreinen
9,0
Laag
Illegale kap/vellen van houtopstanden
16,0
Gemiddeld
Handhaving start werkzaamheden zonder bouwmelding (gevolgklasse 1)
18,0
Gemiddeld
Handhaving Wkb tijdens bouw (gebreken die door kwaliteitsborger worden gemeld) m.b.t. constructieve veiligheid en brandveiligheid
33,0
Hoog
Handhaving Wkb tijdens bouw (gebreken die door kwaliteitsborger worden gemeld) m.b.t. gezondheid, duurzaamheid, toegankelijkheid, bouwwerkinstallaties en bruikbaarheid
12,0
Laag
Handhaving bij illegale ingebruikname (m.b.t. constructieve veiligheid en brandveiligheid)
33,0
Hoog
Handhaving illegale ingebruikname (m.b.t. gezondheid, duurzaamheid, toegankelijkheid, bouwwerkinstallaties en bruikbaarheid)
12,0
Laag
Strijdig gebruik (ruimtelijk, voorerfgebied grenzend aan het openbaar gebied)
24,0
Gemiddeld
Strijdig gebruik (ruimtelijk, achtererfgebied)
15,0
Laag
Strijdig gebruik (ruimtelijk, beschermd dorpsgezicht)
33,0
Hoog
Zonder of in afwijking van omgevingsvergunning: Strijdig gebruik met omgevingsplan (uitritten, aanleg, kap)
10,0
Laag
Zonder of in afwijking van omgevingsvergunning: Bouwen in afwijking van omgevingsplanactiviteit (bouwen)
16,0
Gemiddeld
Zonder of in afwijking van omgevingsvergunning: Wijzigen of verstoren monument (gebruik en technisch)
30,0
Hoog
Niet impactvolle bouwwerken (dakkapellen, airco, warmtepompen, aanbouwen, uitbouwen)
12,0
Laag
Zonder of in afwijking van omgevingsvergunning: Bouwen in afwijking van Besluit Bouwwerk Leefomgeving (Bbl) gevolgklasse 2 en 3 (technisch)
27,0
Hoog
Handhaving op staat van bestaand gebouwen en bouwwerken - strijdigheid met Bbl/Niveau bestaande bouw
6,0
Laag
Handhaving op staat van bestaande monumenten
30,0
Hoog
Handhaving op welstandsexcessen
24,0
Gemiddeld
Handhaving illegaal slopen
16,0
Gemiddeld
Tabel 2 Resultaten risicoanalyse
Artikel 2.
Risicoanalyse en prioritering
Onderdeel van Addendum Uitvoeringstrategie 2023 e.v. Vergunningverlening Toezicht Handhaving Baarn