In dit hoofdstuk worden de strategieën, uitgangspunten en werkwijzen beschreven die worden gehanteerd bij de uitvoering van de VTH-taken. Deze strategieën geven richting aan de wijze waarop vergunningverlening, toezicht en handhaving worden uitgevoerd en vormen het uitvoerend kader bij de geformuleerde visie en doelstellingen in hoofdstuk 2 van de uitvoeringsstrategie.

De beschreven strategieën zijn afgestemd op de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Zij bieden houvast voor een consistente en transparante uitvoering van de VTH-taken. In de onderstaande figuur is een overzicht opgenomen van de gehanteerde strategieën. De toepassing van de strategieën wordt gedurende de beleidsperiode gemonitord en geëvalueerd. Waar nodig worden zij bijgesteld

Figuur 1 Overzicht strategieën

3.1 Vergunningsstrategie

De vergunningsstrategie beschrijft het kader waarbinnen vergunningaanvragen en meldingen worden behandeld. Vergunningverlening is een belangrijk instrument om activiteiten in de fysieke leefomgeving te reguleren. Vergunningvoorschriften zijn het vertrekpunt voor het naleven van regels, veiligheid en kwaliteit bij het uitvoeren van plannen door initiatiefnemers.

Binnen de vergunningsstrategie wordt vastgelegd hoe vergunningverlening plaatsvindt, welke uitgangspunten daarbij worden gehanteerd en op welke wijze wordt getoetst aan wet- en regelgeving. De vergunningsstrategie sluit aan op de visie, doelstellingen en prioriteiten uit deze uitvoeringsstrategie en vormt samen met toezicht en handhaving een samenhangend geheel binnen de uitvoering van de VTH-taken.

Dit onderdeel sluit aan bij titel 5.3 van de uitvoeringsstrategie en beschrijft het wettelijke kader en de werkwijzen voor de vergunningverlening binnen het omgevingsrecht.

Wet- en regelgeving

Bij de beoordeling van vergunningaanvragen en de afhandeling van meldingen wordt getoetst aan de geldende wet- en regelgeving. Deze toetsing vindt plaats op basis van wettelijke bepalingen, algemene regels en (waar van toepassing) vastgestelde beleidsregels en verordeningen.

Het wettelijke kader vormt het uitgangspunt voor de behandeling van aanvragen en meldingen en biedt de randvoorwaarden waarbinnen vergunningverlening plaatsvindt. De volgende wet- en regelgeving spelen hierbij een belangrijke rol. Het betreft onder andere de Omgevingswet, Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), Omgevingsbesluit (Ob), De Omgevingsregeling, Het Invoeringsbesluit, het omgevingsplan, de beleidslijn Wet Bibob en de Verordening fysieke leefomgeving. Deze lijst is niet uitputtend.

Toetsingsniveaus

Binnen dit wettelijk kader wordt de vergunningsstrategie toegepast, gericht op het reguleren van activiteiten. Dit omvat het toetsen van aanvragen om een omgevingsvergunning en meldingen aan de geldende regelgeving, het bepalen van de toepasselijke procedure (regulier of uitgebreid) en het hanteren van werkinstructies en onderstaande toetsingsniveaus.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen in drie toetsingsniveaus. Bij een laag toetsingsniveau (uitgangspuntentoets) wordt gecontroleerd of de globale uitgangspunten op de aangeleverde gegevens en bescheiden in voldoende mate en samenhang zijn weergeven om het desbetreffende aspect te kunnen toetsen.

Bij een gemiddeld toetsingsniveau (visuele toets, zijn de uitgangspunten juist en lijken de uitkomsten aannemelijk) wordt gecontroleerd of de uitgangspunten op de gegevens en bescheiden in de juiste vorm zijn aangeleverd om het betreffende aspect te kunnen toetsen. Waarbij van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en/of de uitkomsten aannemelijk zijn.

Bij een hoog toetsingsniveau (representatief toetsen, controle van de maatgevende onderdelen) wordt gecontroleerd of de uitgangspunten op de aangeleverde gegevens en bescheiden in de juiste vorm zijn om het betreffende aspect te kunnen toetsen. Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en/of de uitkomsten aannemelijk zijn. De maatgevende berekeningen worden gecontroleerd, dan wel nagerekend.

Planologische toetsing

Omgevingsvergunningaanvragen worden getoetst aan de geldende planologische kaders.

Deze kaders zijn vastgelegd in het omgevingsplan, waaronder begrepen het tijdelijke deel van het omgevingsplan. De planologische toetsing is gericht op het borgen van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL), zoals bedoeld in de Omgevingswet, en daarmee op een zorgvuldige inrichting van de fysieke leefomgeving.

Als een aanvraag niet past binnen de geldende planologische regels, kan in daarvoor aangewezen gevallen worden beoordeeld of afwijking van deze regels mogelijk is. Dit kan bijvoorbeeld door toepassing van binnenplanse afwijkingsmogelijkheden of door middel van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Bij deze beoordeling wordt getoetst aan de daarvoor geldende wettelijke bepalingen en, waar van toepassing, vastgestelde beleidskaders.

Ruimtelijke kwaliteit en welstand

Indien van toepassing worden plannen, naast de planologische toetsing, beoordeeld aan redelijke eisen van welstand. Voor de welstandstoetsing wordt gebruikgemaakt van vastgestelde gemeentelijke kaders, zoals de Nota Ruimtelijke Kwaliteit Baarn (welstandsnota).

Werkwijzen en processen

Werkwijze en proces conceptverzoek Voorafgaand aan het indienen van een omgevingsvergunningaanvraag kan een initiatiefnemer gebruikmaken van een conceptverzoek. Dit conceptverzoek is gericht op het vroegtijdig verkennen van de haalbaarheid van een initiatief in relatie tot de geldende wet- en regelgeving en beleidskaders.

Een conceptverzoek kan worden behandeld door een vooroverleg of een verkennen en begeleiden van een initiatief. Het betreft bij het verkennen en begeleiden van een initiatief veelal aanvragen voor complexe, grootschalige of maatschappelijk (gevoelige) initiatieven. Hierbij wordt in het proces onderscheid gemaakt tussen twee tafels:

Omgevingstafel I betreft een kleiner overleg waar voornamelijk interne medewerkers bijdragen aan het conceptverzoek. Adviezen kunnen worden uitgezet via de samenwerkingsfunctionaliteit in het DSO.

Omgevingstafel II betreft een groter integraal overleg waar zowel interne medewerkers als externe deelnemers (ketenpartners) deelnemen.

Het behandelen van een vooroverleg vangt aan met de ontvangst van de aanvraag en wordt afgerond door een advies. We maken hierbij als het nodig is gebruik van Omgevingstafel I en kunnen ook advies inwinnen bij Omgevingstafel II. Het doel van het vooroverleg en het verkennen en begeleiden van initiatief is het verkrijgen van duidelijkheid over randvoorwaarden, aandachtspunten en het vervolgproces voorafgaand aan een formele aanvraag.

In de legesverordening wordt een aparte differentiatie gemaakt op basis van type aanvraag. Deze scheiding bestaat alleen in de legesverordening en is niet onderdeel van het proces conceptverzoek.

Werkwijze en proces vergunningverlening

Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt behandeld volgens vastgestelde standaardwerkwijzen. Deze werkwijzen zijn vastgelegd in de gemeentelijke werkprocessen en ondersteund door het VTHzaaksysteem. Het verloop van de behandeling wordt hierin geregistreerd en gevolgd.

De beoordeling van vergunningaanvragen vindt plaats aan de hand van de geldende wet- en regelgeving en relevante beleidskaders. De diepgang van de toetsing is afhankelijk van de aard, omvang en complexiteit van het initiatief. Als algemene leidraad geldt dat uit de ingediende gegevens voldoende aannemelijk moet zijn dat aan de toepasselijke regelgeving wordt voldaan.

De processtappen voor vergunningverlening zijn als volgt:

  • - Inboeken, registreren en eventueel digitaliseren van de aanvraag (via frontoffice)
  • - Sturen ontvangstbevestiging (via frontoffice)
    • - Publiceren aanvragen en (concept)beschikkingen (via frontoffice).
  • - Verdelen zaak (casemanager vergunningverlening)
  • - Casemanager omgevingsvergunning controleert:
    • - Bevoegd gezag;
    • - Controleren initiatieven/aanvragen;
  • - Casemanager omgevingsvergunning bepaalt en bewaakt:
    • - Uitgebreide of reguliere procedure.
  • - De casemanager is verantwoordelijk voor het behandelen van de aanvraag:
    • - Toets volledigheid en ontvankelijkheid;
    • - (Vak)inhoudelijke toets aan relevante beoordelingskaders;
    • - Adviezen ophalen bij interne- en externe adviseurs;
    • - Bewaken van de termijn;
    • - Aanspreekpunt voor de aanvrager en informeren aanvrager;
    • - Legeskosten inzichtelijk maken;
    • - Opstellen (concept)besluiten;
    • - Informeren gegevensbeheer (indien nodig);
    • - Publicatie besluit (indien nodig);
    • - Archiefwaardig registratie
  • - Aanmaken toezicht zaak (indien nodig)
  • - Mogelijk bezwaar, beroep en hoger beroep, eventueel gecombineerd met een voorlopige voorziening

Figuur 2 proces vergunningverlening omgevingsrecht

Werkwijze en proces meldingen

Voor activiteiten waarvoor geen vergunningplicht geldt, maar waarvoor een meldingsplicht van toepassing is, worden meldingen beoordeeld op basis van de geldende wettelijke kaders, waaronder het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

Bij meldingen wordt in beginsel een beoordeling op volledigheid uitgevoerd. Als een melding niet volledig is, wordt deze niet in behandeling genomen en wordt de melder hierover geïnformeerd. Meldingen worden ingediend via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Meldingen kunnen worden afgehandeld door de gemeente met waar nodig advies van de ketenpartner of onder mandaat door ketenpartners zoals de Veiligheidsregio of de Omgevingsdienst.

Afhankelijk van de aard van de melding wordt inhoudelijk advies gevraagd aan ketenpartners. Bij brandveilig gebruik bij de Veiligheidsregio, bij sloop de ODU. Asbestmeldingen van particulieren worden door de toezichthouder behandeld, volgens dezelfde werkwijze als bij vergunningverlening.

De afhandeling van klachten/meldingen vindt risicogericht plaats. De prioriteit en eventuele vervolgacties worden bepaald op basis van een risicoanalyse. Indien nodig wordt inhoudelijk advies ingewonnen bij interne of externe adviseurs. De opvolging van meldingen vindt plaats conform de toezichtstrategie in deze uitvoeringsstrategie.

Het proces voor het behandelen van een melding staat hieronder uitgeschreven:

  • - Ontvangst(datum) registreren
  • - Melding verdelen
  • - Ontvangstbevestiging versturen
  • - Aanvraagvereisten toetsen
  • - Volledigheid van de melding beoordelen
  • - Inhoudelijke behandeling van de melding
  • - Advies van ketenpartners/adviseurs inwinnen (indien nodig)
  • - Opstellen van bericht:
    • - Melding accepteren, of
    • - Melding niet accepteren (inclusief motivering).
  • - Toezichtzaak aanmaken (indien nodig)
  • - Administratief afhandelen

Wkb-meldingen (bouw- en gereedmelding)

Met de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is het stelsel voor toezicht op bouwactiviteiten gewijzigd. De Wkb is per 1 januari 2024 in werking getreden voor gevolgklasse 1 nieuwbouw. Voor bouwwerken buiten gevolgklasse 1 nieuwbouw is de gemeente nog verantwoordelijk voor het bouwtoezicht. De gemeente blijft bevoegd gezag voor de bebouwde leefomgeving en verantwoordelijk voor het toezicht op de bestaande bouw en op de bouw- en sloopveiligheid.

De gemeente ontvangt en behandelt de bouwmelding en gereedmelding binnen het Wkb-stelsel. Hierbij wordt de bouwmelding behandeld door de vergunningverlener en de gereedmelding door de toezichthouder bouw. Bij de bouwmelding beoordeelt de gemeente of het borgingsplan is aangeleverd en volledig is en dat de melding voldoet aan de wettelijke aanvraagvereisten. Bij het borgingsplan wordt naast een controle op volledigheid ook gecontroleerd of de lokale risico’s goed zijn meegenomen. Dit borgingsplan vormt de basis voor het toezicht binnen het Wkb-stelsel.

Bij de gereedmelding beoordeelt de gemeente het aangeleverde dossier bevoegd gezag op volledigheid en ontvankelijkheid, mede in relatie tot het eerder ingediende borgingsplan. Als het dossier bevoegd gezag onvolledig is, of niet in lijn is met het borgingsplan, wordt de gereedmelding niet geaccepteerd en wordt geen toestemming gegeven voor ingebruikname van het bouwwerk.

De gemeente houdt risicogericht toezicht op Wkb-bouwactiviteiten en bewaakt de naleving van de wettelijke verplichtingen. Indien sprake is van het niet naleven van de meldingsplicht, het ontbreken van een (voldoende) borgingsplan, een onvolledig dossier bevoegd gezag of het in gebruik nemen van een bouwwerk zonder geaccepteerde gereedmelding, treedt de gemeente handhavend op. Hierbij maakt zij gebruik van de beschikbare bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten, waaronder het stilleggen van werkzaamheden of het opleggen van een gebruiksverbod.

Landelijke Richtlijn Bouw- en Sloopveiligheid

Onder de Omgevingswet is bouw- en sloopveiligheid aangemerkt als een afzonderlijke activiteit binnen de informatieplicht. De Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland (VBWTN) heeft hiervoor een landelijke richtlijn bouw- en sloopveiligheid opgesteld. Deze richtlijn heeft tot doel de veiligheid en gezondheid in de directe omgeving van bouw- en sloopwerkzaamheden te waarborgen, zoals bedoeld in artikel 7.2a van het Bbl. In artikel 7.15, tweede lid, van het Bbl wordt verwezen naar deze richtlijn ten aanzien van veiligheidsafstanden. Gemeente Baarn kan op onderdelen afwijken van de richtlijn van de VBWTN en kan maatwerkvoorschriften stellen.

3.2 Toezichtstrategie

De toezichtstrategie beschrijft hoe de gemeente toezicht houdt op de naleving van wet- en regelgeving binnen het fysieke domein. Toezicht vormt een essentieel onderdeel van de uitvoering van de VTH-taken en draagt bij aan het voorkomen van overtredingen, het bevorderen van naleefgedrag en het tijdig signaleren van risico’s voor de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving.

Het toezicht wordt uitgevoerd op basis van prioriteiten en risico’s, zoals vastgesteld in dit addendum. De toezichtstrategie sluit aan op de risicoanalyse en prioritering en vormt samen met vergunningverlening en handhaving een samenhangend uitvoeringskader. Dit onderdeel geeft invulling aan titel 5.4 van de uitvoeringsstrategie.

Soorten toezicht

De gemeente onderscheidt de volgende vormen van toezicht:

  • - Toezicht op vergunningen en meldingen: Toezicht tijdens of na de uitvoering van vergunde of gemelde activiteiten. De diepgang en momenten van toezicht worden bepaald op basis van risico’s, bijvoorbeeld met behulp van vastgestelde risicomatrix.
  • - Thematisch en projectmatig toezicht: Toezicht gericht op specifieke thema’s, gebieden of doelgroepen die bestuurlijk of maatschappelijk prioriteit hebben. Deze inzet wordt vastgelegd in het uitvoeringsprogramma en verantwoord in het jaarverslag.
  • - Toezicht naar aanleiding van klachten en meldingen: Klachten en verzoeken om handhaving worden beoordeeld conform de Algemene wet bestuursrecht. De prioritering uit deze uitvoeringsstrategie is leidend bij de afhandeling. Waar mogelijk wordt eerst ingezet op informele oplossingen, zoals mediation of bemiddeling. Anonieme meldingen worden in beginsel niet in behandeling genomen, tenzij sprake is van een ernstig of acuut risico.
  • - Signaaltoezicht (ambtshalve constateringen): Toezicht waarbij toezichthouders signalen doorgeven over mogelijke overtredingen buiten hun eigen taakveld. Deze vorm van toezicht draagt bij aan een integrale uitvoering van de VTH-taken.

Uitvoering van toezicht

Voorbereiding van toezicht

Toezicht wordt voorbereid op basis van beschikbare informatie, zoals vergunningen, meldingen, eerdere toezichtresultaten, klachten, signalen en de risicoanalyse zoals opgenomen in bijlage 1 van deze uitvoeringsstrategie. Op basis hiervan wordt bepaald welke toezichtvorm wordt ingezet en welke aandachtspunten van toepassing zijn.

Frequentie van routinematig toezicht

De frequentie van routinematig toezicht wordt bepaald op basis van risico’s en naleefgedrag van de gecontroleerde activiteiten. Activiteiten met een hoger risicoprofiel of een lager naleefgedrag worden vaker gecontroleerd dan activiteiten met een laag risicoprofiel en een goed naleefgedrag. Deze risico- en prioriteitsstelling worden waar nodig vertaald in concrete acties in het uitvoeringsprogramma VTH.

Het overig toezicht wordt uitgevoerd volgens de toezichtstrategie met oog voor risico’s. Hierin onderscheiden verschillende toezichtniveaus en toezichtmomenten die de diepgang en frequentie van het toezicht bepalen voor de te onderscheiden gebruiksfuncties.

Vergunningen worden gecontroleerd op basis van het vastgestelde toetsingsniveau. Bij vergunningen met een hoog toetsingsniveau vinden controles per bouwfase plaats. Voor vergunningen met een gemiddeld toetsingsniveau wordt regulier gecontroleerd, wat inhoudt dat er steekproefsgewijs controles plaatsvinden en altijd een eindcontrole wordt uitgevoerd. Vergunningen met een laag toetsingsniveau krijgen alleen een eindcontrole. Er vindt een eindcontrole plaats op meldingen.

Voor meldingen in relatie tot de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) vindt altijd een controle plaats aan de hand van de gereedmelding.

Niet-routinematig toezicht en reactietermijnen

Bij ernstige ongewone voorvallen (signalen van acute onveiligheid) wordt niet-routinematig toezicht ingezet. De gemeente zorgt in deze gevallen dat er binnen 72 uur toezicht plaatsvindt. Bij het vaststellen van een ernstige overtreding of ernstige klacht waarbij geen directe actie nodig is wordt in ieder geval binnen zes maanden toezicht gehouden.

Handhavingsacties worden afgestemd op de ernst en risico’s voor de fysieke leefomgeving. Voor de gehanteerde handhavingsinstrumenten wordt de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) gevolgd (zie ook de handhavingsstrategie).

Rapportage en vastlegging toezicht

De resultaten van toezicht worden systematisch vastgelegd in daarvoor bestemde systemen (zoals informatiesystemen voor toezicht en handhaving). Per toezichtactie en bij klachten/meldingen waarvoor een handhavingsactie is beoogd wordt vastgelegd:

  • - wat is gecontroleerd;
  • - welke bevindingen zijn gedaan;
  • - of sprake is van naleving of overtreding;
  • - welke vervolgacties worden ingezet.

Deze informatie vormt de basis voor handhaving, evaluatie en verantwoording. De jaarlijkse monitoring en evaluatie van de uitvoering van toezicht en handhaving vormen eveneens een integraal onderdeel van de beleidscyclus en worden opgenomen in het jaarverslag.

Proces uitvoeren van toezicht/controle

Het volgende proces geeft de stappen weer die worden doorlopen bij het uitvoeren van een controle. Het toont hoe controles worden voorbereid, uitgevoerd en afgerond, inclusief de registratie en eventuele administratieve afhandeling. Het proces geldt voor zowel eenvoudige als complexe controles en laat zien welke handelingen nodig zijn, afhankelijk van de situatie.

  • - Verdelen
  • - Eenvoudig of Complex
  • - Start controle verklaring BAG (indien nodig)
  • - Controle uitvoeren (indien nodig)
  • - Eindcontrole
  • - Gereedmelding BAG-formulier klaarzetten (indien nodig)
  • - Administratief afhandelen

3.3 Handhavingsstrategie (sanctiestrategie)

De handhavingsstrategie beschrijft het kader waarbinnen de gemeente handhavend optreedt bij overtredingen van wet- en regelgeving binnen het fysieke domein. Handhaving is gericht op het beëindigen van overtredingen, het voorkomen van herhaling en het beschermen van de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving.

De handhavingsstrategie sluit aan op de risicoanalyse en prioritering zoals beschreven in dit addendum en vormt samen met vergunningverlening en toezicht een samenhangend geheel binnen de uitvoering van de VTH-taken. Dit hoofdstuk is in aanvulling op de sanctiestrategie zoals in 5.5 van de uitvoeringsstrategie.

Algemene uitgangspunten

Proportioneel en zorgvuldig optreden

Bij de inzet van handhavingsinstrumenten wordt een zorgvuldige afweging gemaakt, waarbij rekening wordt gehouden met de aard en ernst van de overtreding, de omstandigheden van het geval en de geldende wettelijke kaders. Handhaving is primair gericht op het herstellen van de rechtmatige situatie en het voorkomen van herhaling.

Bij ernstige overtredingen, of indien sprake is van risico’s voor veiligheid, gezondheid of de leefomgeving, wordt direct handhavend opgetreden.

Programmatisch en risicogestuurd handhaven

Handhaving wordt ingezet wanneer overtredingen niet vrijwillig worden beëindigd of wanneer informele interventies niet toereikend zijn. Waar mogelijk wordt voorafgaand aan formele handhaving ingezet op herstelgerichte maatregelen, zoals het geven van aanwijzingen of het bieden van gelegenheid tot herstel.

Indien herstel uitblijft of niet mogelijk is, wordt overgegaan tot het formele handhavingstraject.

Geprioriteerd handhaven en beginselplicht

De gemeente past bij overtredingen de beginselplicht tot handhaving toe. Daarbij wordt per overtreding beoordeeld of handhavend optreden noodzakelijk en evenredig is. De prioritering op basis van risico’s ondersteunt deze afweging en maakt het mogelijk om de beschikbare capaciteit doelgericht in te zetten.

Het hanteren van prioriteiten betekent niet dat sprake is van gedogen. Indien niet actief handhavend wordt opgetreden, blijft handhaving mogelijk, bijvoorbeeld naar aanleiding van klachten, verzoeken om handhaving of signalen uit toezicht.

Overtredingen door de eigen organisatie of andere overheden

Indien sprake is van overtredingen door de eigen organisatie of andere overheden, hanteert de gemeente hetzelfde handhavingskader als bij overtredingen door inwoners en bedrijven. Ook in deze gevallen wordt de beginselplicht tot handhaving toegepast en vindt een zorgvuldige en transparante afweging plaats.

De gemeente heeft hierbij een voorbeeldfunctie. Dat betekent dat overtredingen door de eigen organisatie of medeoverheden actief worden opgepakt en niet anders worden behandeld dan vergelijkbare overtredingen door derden. Waar nodig wordt handhavend opgetreden. De focus hierbij is op herstel van de overtreding.

Richtlijn dwangsombedragen en begunstigingstermijnen

Bij het toepassen van bestuursrechtelijke sancties beschikt de gemeente over beleidsvrijheid ten aanzien van de hoogte van dwangsommen en de lengte van begunstigingstermijnen. Met het oog op rechtszekerheid, gelijkheid en transparantie hanteert de gemeente een uniforme richtlijn voor dwangsombedragen en begunstigingstermijnen voor veelvoorkomende overtredingen.

Voor het bepalen van de aard en hoogte van de dwangsommen en (begunstigings-)termijnen verwijzen wij ook naar de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). De LHSO wordt ondersteund met onze richtlijn handhavingsacties en begunstigingstermijnen. In onderstaande tabel is voor de meest voorkomende overtredingen een begunstigingstermijn en dwangsombedrag opgenomen. Waar nodig kan voor deze overtredingen maatwerk worden toegepast. Voor categorieën die niet opgenomen zijn in de richtlijn wordt altijd maatwerk toegepast.

Onderdeel

Vergunning overtreding

Sanctie

Hoogte dwangsom

Begunstigingstermijn

RUIMTELIJKE INRICHTING EN BOUWEN

Zonder omgevingsplanactiviteit bouwen

Dwangsom

€ 5.000,- max. 3x

Min. 6 weken

Bouwen in afwijking van de vergunning

Dwangsom

€ 1.500,- p.w.

max. 10 x

Min. 6 weken

Illegaal terras

Dwangsom

€ 75,- p.d. per m² overtreding

max. 25 x

1 week

Illegale standplaats

Dwangsom

€ 75,- p.d. per m² overtreding

max. 10 x

1 week

Illegaal reclamebord

Dwangsom

€ 75,- p.d. per m² overtreding

max. 10 x

1 week

Uitstalling bij winkel

Dwangsom

€ 75,- p.d. per m²

max. 10 x

1 week

Gebruik gemeentegrond

Dwangsom

€ 75,- p.d. per m²

max. 10 x

1 maand

Bouw-/sloop-/aanlegstop

Dwangsom

€ 30.000,-

Per direct

Bouw-/sloop-/aanlegstop waarbij een monument of een beschermd stads- of dorpsgezicht wordt aangetast

Dwangsom

€ 50.000,-

Per direct

Welstandsexces

Dwangsom

€ 5.000,- max. 3x

3 maanden

MONUMENTEN

Monumentaal gebouw aantasten (grotendeels herstelbaar)

Dwangsom

€ 1.000,- p.w.

max. 10 x

3 maanden

Monumentaal gebouw behoorlijk aantasten (deels herstelbaar)

Dwangsom

€ 2.500,- p.w.

max. 15 x

3 maanden

Monument ernstig aantasten (nagenoeg onherstelbaar)

Dwangsom

€ 5.000,- p.w.

max. 20 x

3 maanden

Archeologisch of groen monument verstoren

Dwangsom

€ 1.000,- p.w.

max. 10 x

6 maanden

Archeologisch of groen monument behoorlijk verstoren (deels herstelbaar)

Dwangsom

€ 1.500,- p.w.

max. 15 x

6 maanden

Archeologisch of groen monument ernstig verstoren (nagenoeg onherstelbaar)

Dwangsom

€ 2.500,- p.w.

max. 20 x

6 maanden

Beschermd stads- of dorpsgezicht aantasten (grotendeels herstelbaar)

Dwangsom

€ 1.000,- p.w.

max. 10 x

6 maanden

Beschermd stads- of dorpsgezicht behoorlijk aantasten (grotendeels herstelbaar)

Dwangsom

€ 1.500,- p.w.

max. 15 x

6 maanden

Beschermd stads- of dorpsgezicht aantasten (nagenoeg onherstelbaar)

Dwangsom

€ 2.500,- p.w.

max. 20 x

6 maanden

ILLEGAAL GEBRUIK

Illegale bewoning (bij)gebouwen

Dwangsom

€ 1.500,- p.w.

max. 10 x

Min. 6 weken

Overig illegaal gebruik

Dwangsom

€ 1.500,- p.w.

max. 10 x

Min. 6 weken

Permanente bewoning recreatiewoningen

Dwangsom

€ 5.000,- p.w.

max. 10 x

Min. 1 jaar

Kamergewijze verhuur en logies

Dwangsom

€ 30.000,-

3 maanden

Zonder omgevingsvergunning van huisvesten van arbeidsmigranten

Dwangsom

€ 30.000,-

4 weken

BRANDVEILIGHEID

Geen gebruiksmelding brandveilig gebruik

Dwangsom

€ 5.000,-

6 weken

Maatwerkvoorschrift

Dwangsom

€ 10.000,-

Situationeel

De brandmeldinstallatie (BMI)/ ontruimingsalarminstallatie (OAI) en/of een op basis van gelijkwaardigheid vereiste andere installatie (zoals sprinkler of RWA) ontbreekt of is wel aanwezig maar functioneert niet

Dwangsom

€ 20.000,-

3 maanden

De brandmeldinstallatie (BMI) dan wel de ontruimingsalarminstallatie (OAI) en/of een op basis van gelijkwaardigheid vereiste andere installatie (zoals sprinkler of RWA) is aanwezig en functioneert, maar beschikt niet over een geldig CCV-certificaat

Dwangsom

€ 10.000,-

3 maanden

Constructie onvoldoende brandwerend

Dwangsom

€ 25.000,-

3 maanden

In, op of nabij een bouwwerk zijn brandgevaarlijke stoffen aanwezig

Dwangsom

€ 1.000,-

4 weken

De doorvoer(en) in de brandwerende scheiding(en) zijn onvoldoende brandwerend uitgevoerd

Dwangsom

€ 1.000,-

4 weken

De rookmelder(s) ontbreken of voldoen niet in een ruimte waar deze volgens het Besluit Bouwwerken Leefomgeving wel verplicht zijn

Dwangsom

€ 1.000,-

4 weken

De vluchtrouteaanduiding ontbreekt of voldoet niet

Dwangsom

€ 2.500,-

4 weken

Het gebruik van de vluchtroute en/of deur wordt belemmerd door objecten/obstakels

Dwangsom

€ 5.000,-

4 weken

De nooddeur is niet voorzien van de juiste aanduiding

Dwangsom

€ 1.000,-

4 weken

De nooddeur is buiten werking

Dwangsom

€ 2.500,-

4 weken

Een blusmiddel is niet aanwezig, defect of niet gekeurd

Dwangsom

€ 2.500,-

4 weken

De noodverlichting ontbreekt of voldoet niet

Dwangsom

€ 1.000,-

4 weken

Het ontruimingsplan ontbreekt

Dwangsom

€ 1.000,-

4 weken

Bouwwerk onvoldoende bereikbaar voor brandweervoertuigen

Dwangsom

€ 10.000,-

4 weken

HERPLANTPLICHT

Na illegaal kappen niet herplanten

Dwangsom

€ 100,- p.w. per boom max. 5 x

Max. 6 maanden

Afkortingen

p.d.

per dag

p.w.

per week

Strafrechtelijke afstemming

De strafrechtelijke afstemming in het werkingsgebied van het basisteam BES is uitgewerkt in het Handhavingsarrangement BES gemeenten. Binnen dit arrangement is helder vastgelegd hoe politie, Boa’s en andere toezichthouders samenwerken op het gebied van toezicht en handhaving. De afspraken betreffen zowel operationele samenwerking als de inzet van opsporingsbevoegdheden en middelen, waarbij ieder vanuit zijn eigen taak, bevoegdheid en verantwoordingslijn handelt. Door deze afstemming is duidelijk wie welke rol en verantwoordelijkheid heeft, hoe prioriteiten worden gesteld en op welke manier complexe veiligheids- en leefbaarheidsproblemen gezamenlijk worden aangepakt. Het Integraal Veiligheidsplan 2023-2026 bevat daarnaast aanvullende informatie over prioriteiten en afstemming. Betreffende de werkzaamheden vloeiend uit de uitvoerings- en handhavingsstrategie VTH worden de afspraken zoals opgesteld in het handhavingsarrangement en het integraal veiligheidsplan gevolgd.

3.4 Gedoogstrategie

Gedogen houdt in dat het bevoegd gezag, ondanks de aanwezigheid van een overtreding en de bevoegdheid om handhavend op te treden, besluit om tijdelijk of onder voorwaarden niet handhavend op te treden.

Dit onderdeel vormt een aanvulling op titel 5.6 van de uitvoeringsstrategie.

Uitgangspunt: handhaven, tenzij

Het uitgangspunt van de gemeente is dat overtredingen worden gehandhaafd. Gedogen is een uitzondering op dit uitgangspunt en wordt terughoudend toegepast. Het doel van de gedoogstrategie is om te voorkomen dat gedogen een structureel of onbedoeld karakter krijgt.

In alle gevallen wordt beoordeeld of het belang van gedogen zwaarder weegt dan het belang van handhaving, met inachtneming van andere betrokken belangen.

Indien wordt besloten tot gedogen, wordt dit besluit gemotiveerd vastgelegd. Gedogen vindt plaats onder duidelijke en concrete voorwaarden en is tijdelijk van aard. Waar nodig wordt het besluit vastgelegd in een gedoogbeschikking, waarin onder meer de duur van het gedogen, de voorwaarden en de wijze van toezicht en evaluatie zijn opgenomen. Het gedogen wordt actief gemonitord en beëindigd zodra de omstandigheden die aanleiding gaven tot het gedogen niet langer aanwezig zijn.

Het toepassen van gedogen staat los van de prioritering binnen toezicht en handhaving. Het niet actief handhaven vanwege prioritering of capaciteitskeuzes wordt niet aangemerkt als gedogen. In die gevallen blijft handhavend optreden mogelijk, bijvoorbeeld naar aanleiding van klachten, verzoeken om handhaving of nieuwe signalen.

Niet-handhaven in uitzonderlijke situaties

In sommige situaties kan het voorkomen dat de gemeente niet handhavend kan optreden, terwijl wel sprake is van een overtreding. Dit kan het geval zijn wanneer handhavend optreden juridisch niet mogelijk is, bijvoorbeeld door het ontbreken van een handhavingsbevoegdheid, door lopende procedures of door het ontbreken van een toereikende wettelijke grondslag. Dit niet-handhaven wordt nadrukkelijk onderscheiden van gedogen en laat de beginselplicht tot handhaving onverlet.

Gedoogplichten

Gedoogplichten, zoals bedoeld in de Omgevingswet, betreffen situaties waarin een rechthebbende verplicht is bepaalde rechtmatige activiteiten tijdelijk te dulden. Gedoogplichten maken geen onderdeel uit van de handhavingsstrategie en worden niet aangemerkt als gedogen in de zin van deze uitvoeringsstrategie