Het college start de invordering gelijktijdig met de afgifte van het besluit tot terugvordering en hanteert daarbij de genoemde betalingstermijn van zes weken.
Gelijktijdig met het terugvorderingsbesluit neemt het college een invorderingsbesluit waarin wordt vermeld:
de hoogte van (het saldo van) de vordering;
de verplichting om de vordering in zijn geheel binnen zes weken te voldoen;
de datum waarop de betalingsverplichting in gaat;
de mogelijkheid voor belanghebbende om binnen zes weken na verzenddatum van de beschikking een betalingsvoorstel kan doen;
dat de vordering meteen wordt verrekend met een uitkering of vordering van de inwoner op de gemeente, als dat mogelijk is;
de rechtsgevolgen als de belanghebbende de betalingsverplichting niet nakomt;
dat de betalingsverplichting van de belanghebbende niet aangepast wordt als de belanghebbende nieuwe schulden maakt.
Voordat een betalingsregeling wordt getroffen kan het college onderzoek verrichten naar de aflossingscapaciteit en naar aanleiding van het onderzoek de betalingsverplichting op basis van draagkracht vaststellen.
Indien de belanghebbende geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, is de vordering dan wel het restant van de vordering volledig opeisbaar.
Artikel 7: Verplichtingen met betrekking tot de invordering
Artikel 7: Verplichtingen met betrekking tot de invordering
Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering PW, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 gemeente Gennep 2026